Bisdom

Op het Feest van Maria Lichtmis 1956 is het bisdom Groningen (her-) opgericht. Het is historisch correct te spreken over heroprichting van het bisdom Groningen of over oprichting van het tweede bisdom Groningen. Pauselijke jaarboeken van 1956 geven aan dat er sprake is van een restauratie van het bisdom, ook al zijn de territoriumomschrijvingen van het eerste en het tweede bisdom verre van identiek. Het ‘oude’ bisdom Groningen omvatte de provincies Groningen en Drenthe, het huidige bisdom Groningen omvat Drenthe, Friesland, Groningen en de Noordoostpolder. Sinds het 50 jarig jubileum (gevierd op 2 en 4 februari 2006) draagt het bisdom de naam Groningen-Leeuwarden.

bisdommenIn het noorden van Nederland wonen al meer dan 13 eeuwen christenen. De eerste bekeerlingen dateren zeker van de zevende eeuw. De engelse missionarissen Willibrord en een halve eeuw later Bonifatius slaagden erin het christendom vaste grond te geven. Niet voor niets is Bonifatius de patroon van het bisdom Groningen. In de vroege eeuwen maakten de noordelijke gebieden deel uit van het bisdom Utrecht. Halverwege de zestiende eeuw komt er een nieuwe kerkelijke indeling tot stand. Utrecht wordt aartsbisdom, met zogenaamde suffragaanbisdommen in onder andere Groningen en Leeuwarden.

In 1559 werden onder meer bisschopszetel: Groningen (met de huidige provincies Groningen en Drenthe), Leeuwarden (de tegenwoordige provincie Friesland zonder Vlieland), Deventer, Haarlem en Middelburg. Op 2 oktober 1568 nam Johan Knijff als de bisschop van Groningen zijn zetel in bezit; op 1 februari 1570 Cunerus Petri als bisschop van Leeuwarden.

De Reformatie zal niet veel later leiden tot de voorlopige teloorgang van deze bisdommen. Het herstel van de kerkelijke hiërarchie in 1853 brengt de noorderlingen wederom onder Utrechts bestuur. In 1956 krijgen de drie noordelijke provincies een eigen bisschop. De formele stichtingsdatum is 2 februari 1956.