Mgr. De Korte over Vastentijd: Kerk leert verwachten en waken

Mgr. De Korte maakt deel uit van het theologisch elftal van het dagblad Trouw. Op 5 februari werd hem en anglicaans priester Alja Tollefsen de vraag gesteld waar de nieuwe belangstelling voor de traditionele vastentijd vandaan komt. Bron trouw.nl

Dat het vanaf zondag carnaval is zal vrijwel niemand ontgaan. De traditionele vastentijd die daarna begint, onttrekt zich echter aan het oog van de meeste Nederlanders. Toch mag de periode van de ‘veertig dagen’ voor Pasen op een groeiende belangstelling rekenen. Veel jonge christenen, maar ook mensen die zichzelf niet gelovig noemen, zoeken naar een manier om vorm te geven aan de vastentijd. Waar zijn ze naar op zoek en waar gaat het bij vasten eigenlijk om?

Zowel Alja Tollefsen als Gerard de Korte beginnen direct enthousiast te praten over ‘het snoeptrommeltje’ als het over de vastentijd gaat en halen jeugdherinneringen op. “Het was altijd een periode met een heel bijzondere sfeer. De snoep die je in de vastentijd niet kreeg werd bewaard in een snoeptrommeltje. Na Pasen mocht je daar dan weer uit eten.” Alja Tollefsen, Anglicaans priester in Markelo, is van katholieke huize en heeft goede herinneringen aan de tijd van soberheid en inkeer in de aanloop naar Pasen. “Mijn broer en ik waren heel fanatiek: We gingen iedere ochtend naar de Mis, want dan mocht je een vakje op de vastenkaart inkleuren. Daar maakten we een hele sport van. Maar het is meer dan jeugdnostalgie. Ik zie er nog altijd naar uit. Het is een sfeer die altijd bij me is gebleven in deze periode van het jaar. Het is één van de rituelen die je begeleiden door de seizoenen van het jaar heen.”

Gerard de Korte, bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden en Theoloog des Vaderlands, vult aan: “In mijn jeugd werden de beelden in de kerk met doeken bedekt en ook de altaarluiken werden gesloten. Op non-verbale wijze was de versobering in deze periode dus voor iedereen duidelijk merkbaar.”

Mooi, die katholieke verhalen uit het verleden. Maar kunnen we er nu nog iets mee?

Tollefsen: “Voor mij is de vastentijd een periode om intensiever en geconcentreerder bezig te zijn met de vraag ‘Waarom zijn wij op aarde?’. Het is een periode waarin ik me intensiever dan anders bezig houd met de vraag wat het betekent om leerling te zijn, om te groeien. Ik zie het ook in de kerk wel om me heen dat mensen aardig tevreden zijn met zichzelf. Maar hallo, christen zijn betekent leerling zijn. Je moet in je leven ruimte creëren waarin God in jou kan bewerken dat je groeit. Groeien in mildheid, in liefde, in geduld. In eerlijkheid. Leren om meer mens te worden. Als ik een hekel aan iemand heb, bid ik altijd of ik meer mildheid voor die ander mag hebben. Dat soort gebeden, om geduld, om begrip, om mildheid: die worden altijd verhoord.”

De Korte ziet in de traditie van het vasten nog altijd een belangrijke kritiek op de consumptiemaatschappij: “Bezitten wij de dingen, of worden wij door de dingen bezeten? Dat is de vraag. De zuigkracht van de cultuur is enorm. Er wordt alleen al in het straatbeeld overal voedsel aangeprezen. Cafés, bakkerijen en eettenten roepen je op om te consumeren. Probeer je daar maar eens aan te onttrekken. Ook in de vastentijd is dat lastig. Ik word uitgenodigd voor diners. Moet ik daar dan wegblijven?”

Tollefsen vindt het niet-eten zelfs niet persé tot de essentie van het vasten behoren. “Voor veel mensen wordt het niet-eten dan de kern van de zaak en staat het de reflectie juist in de weg. Ze vinden het dan bijvoorbeeld juist een leuke periode omdat ze weer eens flink wat pondjes kunnen kwijtraken. Of ze vinden het vasten zo zwaar dat het gebrek aan voedsel het enige is waar ze nog aan kunnen denken. De focus op leerling-zijn sneeuwt dan helemaal onder.”

Maar is het niet de bedoeling dat vasten ook een beetje pijn doet?

“Tollefsen: Tja, door de eeuwen heen is de vastentijd zo ingevuld dat de gelovigen in die periode als het ware ‘meelijden met Jezus’. Dat vind ik enorme flauwekul. Dat lijden en sterven van Jezus is al lang geleden gebeurd, dat hoef je niet nog eens over te doen. Verder vertelt een belangrijke bijbeltekst in deze tijd dat Jezus de woestijn inging om te vasten en te bidden. Dat vasten, daar werd alle nadruk op gelegd, maar het ging uiteindelijk natuurlijk om dat bidden. Daar gaat het voor mij ook om: je concentreert je op God en je reflecteert op wat je als mens aan het doen bent.”

Ook De Korte zag de aloude tradities van de vastentijd met zijn ascetische gestrengheid in rap tempo verdwijnen in zijn jeugd. “De nadruk kwam te liggen op sociale gerechtigheid. Tijdens de vastenactie bespaarden we geld door soberder te leven en dat gaven we dan aan een goed doel. Dat vind ik nog steeds een uitstekende vorm van vasten: besteed eens wat minder geld aan jezelf en geef dat aan de armen. ‘Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart’, staat in de tekst uit Joël die we lezen op Aswoensdag. Je moet de armen en de verdrukten recht doen.” De Korte betreurt het echter wel dat die terechte nadruk op sociale gerechtigheid ten koste is gegaan van de sfeer van individuele ‘versterving’ die van oudsher bij de vastentijd hoort. Voorzichtig aan ziet hij die aandacht overigens weer terugkomen. “Er zijn groepjes gelovigen die daadwerkelijk een tijd lang op water en brood gaan leven bijvoorbeeld. En ik vind dat ook wel echt bij deze periode horen. Alleen al de teksten bij de dagelijkse viering van de eucharistie nemen je mee het lijdensverhaal van Christus in. Je trekt met hem mee op weg naar Jeruzalem, richting het kruis. In onze cultuur zijn we gewend dat het in de winkels op zes december in één klap kerst is. Zonder aanloop worden alle sfeer en gezelligheid ineens uit de kast getrokken. Net zoals het zonder aanloop in één keer Pasen is. De kerk leert je te verwachten en te waken. Geduld te hebben. Daarvoor zijn er de periodes van Advent en van de veertig dagen.”

Kunnen jullie een soort essentie van de vastentijd benoemen waar onze samenleving bij gebaat is?

De Korte wijst op de positieve boodschap die het woord ‘soberheid’ voor ons bevat: “In zijn encycliek Laudato Si spreekt Paus Franciscus ‘alle mensen van goede wil’ aan, dus dat is heel breed. Hij roept daarin op om zorg te dragen voor moeder aarde. Het verkleinen van onze ecologische voetafdruk is voor hem verbonden met een nieuwe soberheid (zie kader).

Ook Tollefsen roemt de deugd van de soberheid: “In onze cultuur waarin alle spullen voor het oprapen liggen zijn mensen gebaat bij een periode van soberheid. Toen ik het zelf een tijd lang financieel zwaar had merkte ik hoe blij ik kon zijn met iets eenvoudigs als een nieuwe trui. Het is een vorm van soberheid en eenvoud waar een mens gek genoeg juist weer van kan opleven.”:

Paus Franciscus over soberheid in Laudato Si: “De christelijke spiritualiteit houdt een groei in soberheid en een vermogen om met weinig te genieten voor. Het is een terugkeer naar de eenvoud die het ons mogelijk maakt stil te staan om te genieten van de kleine dingen, te danken voor de mogelijkheden die het leven biedt, zonder ons te hechten aan wat wij hebben, of treurig te worden om wat wij niet bezitten. (…) In vrijheid en bewust beleefde soberheid werkt bevrijdend. Het is geen minder leven, het is geen lage intensiteit, maar totaal het tegengestelde. Zij die van ieder ogenblik meer genieten en dit beter beleven, zijn degenen die ophouden hier en daar iets op te pikken en daarbij altijd zoeken wat zij niet hebben. Je ervaart dan wat het betekent iedere persoon en ieder ding te waarderen, je leert vertrouwd te raken met de eenvoudigste dingen en weet er van te genieten.”