Mgr. De Korte pleit voor ‘coalitie van gematigden’

Bisschop Gerard de Korte schrijft maandelijks voor het Friesch Dagblad een essay over begrippen die een belangrijke rol spelen in het christelijk geloofsleven. Op zaterdag 6 februari verscheen zijn laatste essay over ‘godsdienst en geweld’.

In onze samenleving leeft breed de angst voor terroristisch geweld. De aanslagen in Parijs en de grote dreiging in Brussel van afgelopen november hebben in de media veel aandacht gekregen en gevoelens van onbehagen en onzekerheid onder de bevolking gevoed. Wij wisten al veel langer van islamitisch geweld in Afrika en het Midden Oosten. Maar door de recente gebeurtenissen in Parijs en Brussel is de dreiging van extremistische moslims opnieuw dichterbij gekomen.

Veel tijdgenoten verbinden niet alleen de Islam maar alle religies met geweld. En inderdaad kent ook het christelijk verleden de nodige uitbarstingen van geweld. Seculiere mensen stellen dan ook de vraag of het niet beter zou zijn als alle religies zouden verdwijnen. Zonder godsdiensten zouden wij, zo is dan de redenering, van veel geweld verlost zijn. De claim van een goddelijke waarheid zou geweld uitlokken.

Deze seculiere visie wordt in de huidige media regelmatig gehoord maar verdient de nodige scepsis. In de 20ste eeuw hebben immers het nationaal –socialisme en het communisme vele miljoenen slachtoffers gemaakt. Dit niet- religieuze geweld kwam voort uit rassenwaan en een dodelijke onverdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden. Op een fabrieksmatige wijze werden de slachtoffers in de kampen van de nazi’s en de Goelag Archipel om het leven gebracht. Tot op de dag van vandaag bestaat er naast religieuze ook separatistische en politiek- ideologische terreur. Ik denk daarbij aan de verschrikkelijke schietpartij in Noorwegen waar in 2011 Anders Breivik  bijna 80 sociaaldemocratische jongeren in koele bloede heeft vermoord. De seculiere koppeling van religie en geweld nodigt christenen echter uit tot een serieus gewetensonderzoek.  Het lijkt mij dan ook goed om de Heilige Schrift, als de bron van ons geloof, op dit thema te bevragen.

Bijbels dossier rond geweld

Het is niet te loochenen dat in de Bijbelse boeken massief geweld aanwezig is. Naar mijn overtuiging vormt de Heilige Schrift zo een spiegel van het geweld in en tussen mensen. Als in het eerste Bijbelboek Genesis horen wij hoe jaloezie Kaïn ertoe brengt zijn eigen broer Abel te vermoorden (vgl. Genesis 4). Voor zover ik kan zien, zijn er in de Heilige Schrift minstens drie modellen rond de omgang met geweld te vinden. Het eerste model vinden wij ook in Genesis 4 waar Lamech de vreselijke woorden zegt: “ word ik gewond, dan dood ik een man; krijg ik een schram dan neem ik een kind (Genesis 4,23). Dit buitenproportionele geweld wordt ingedamd door de stelregel “ oog om oog; tand om tand” (Exodus 21,24). Het gaat hier om proportioneel geweld: als mij een oog wordt genomen mag ik niet meer dan een oog terugeisen en als mij een hand wordt genomen geldt dat ook voor die hand. Het derde model vinden wij in het onderricht van Jezus: slaat iemand u op uw wang, keer hem dan ook de andere toe (Lucas, 6,29). In dit spreken van de Heer wordt principieel afgezien van tegengeweld en wordt zo een escalatie voorkomen.

Nog spannender zijn de Schriftteksten waarbij geweld met God verbonden wordt. Deze teksten zijn voor de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst een reden om in zijn “ Bloedboek” God van fascisme te beschuldigen. Wij kunnen dan denken aan de verhaal van de binding van Isaak (Genesis 22) maar vooral ook aan de intochtverhalen van de Israëlieten in het beloofde land. (vgl. boek Jozua). De land wordt met goddelijk gezag leeg gemaakt zodat Israël zich daar kan vestigen. Vaak maken christenen een onderscheid tussen het gewelddadige Oude Testament en het vredelievende Nieuwe Testament. Maar als wij goed lezen staan er ook in het Nieuwe Testament spannende teksten. Zo denk ik aan:” Denk niet dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen maar het zwaard” (Matheus 10,34) en “ Wie geen zwaard heeft, verkope zijn mantel en schaffe zich een zwaard aan” (Lucas 22,36).

Christus als sleutel

Het zal echter duidelijk zijn dat losse verzen uit de Heilige Schrift citeren een exegetische doodzonde is. Uitermate belangrijk is welke visie op openbaring wordt gehanteerd. In een mechanische inspiratieleer zijn alle Bijbelteksten volkomen goddelijk. Maar de meeste christenen kennen een andere inspiratieleer en beseffen dat in de heilige tekst ook een menselijk en daarmee cultuurgebonden element meekomt. Vandaar het grote belang van goede bijbeluitleg ( exegese) en vertolking van de Bijbelse boodschap ( hermeneutiek).  Verreweg de meeste christelijke bijbelgeleerden beseffen dat teksten uit de Heilige Schrift altijd moeten worden geïnterpreteerd. Kennis van de wordingsgeschiedenis is daarbij ontzettend belangrijk. Je kunt zeggen dat religieuze teksten niet gevaarlijk zijn maar dat mensen door hun interpretatie teksten wel gevaarlijk kunnen maken.

In de christelijke traditie vormt Christus dé sleutel om  de Heilige Schrift te duiden. En dat is niet zo vreemd vanuit de overtuiging dat God zich in zijn Zoon aan ons getoond heeft. Christus vormt daarmee het hoogtepunt van Gods openbarend spreken. Het leven van de Heer wordt gekenmerkt door vergeving ( vgl. verhaal van de overspelige vrouw ( Johannes 8,1 e.v. en de parabel van de verloren Zoon ( Lucas 15, 11 e.v. ) en liefde voor de vijand. Zijn Koninkrijk is wel voor maar niet van de wereld. Als het net van de vijand zich rondom Jezus sluit is er geen leger dat Hem komt verdedigen. Hij sterft geweldloos aan een kruis. De stervende Jezus bidt om vergeving voor zijn vervolgers want zij weten niet wat zij doen ( Lucas 23,24). Een echo van deze woorden vinden bij Stefanus, de eerste christelijke martelaar als hij bij zijn sterven zegt: “ Heer, reken hun deze zonde niet aan” ( Handelingen, 7,60). Christus neemt geen leven van anderen maar geeft zijn eigen leven als losprijs voor velen ( Matheus 20,28). Christus is zo zowel zondebok als onschuldig Lam dat zonder geweld de zonden wil dragen. De Franse literatuurkenner René Girard heeft in zijn beroemde studie over de zondebok aangegeven dat Jezus na zijn dood als onschuldige wordt vereerd. Het christendom doorbreekt daarmee het sacrale geweld en het zondebokmechanisme

De eeuwen door

Tot het begin van de vierde eeuw heeft de christelijke gemeenschap geen macht. Regelmatig zijn christenen slachtoffer van vervolgingen. Christelijke martelaren nemen overigens anderen niet mee in de dood. Hun martelaarschap had veelal te maken met het feit dat zij Christus als Heer wilden dienen en de deelname aan de keizercultus weigeren. Een belangrijke omslag vindt plaats bij de bekering van keizer Constantijn. Aan het begin van de vierde eeuw wordt het christendom een getolereerde godsdienst en aan het einde van die eeuw zelfs staatsgodsdienst. Christelijk geweld wordt dan een realiteit. Niet voor niets spreekt prof. Heering in een klassiek geworden boek over “de zondeval van het christendom”. Het geweld van christelijke heersers brengt de kerkvaders, de toenmalige theologen, in grote verlegenheid. Zij ontwikkelen de theorie van de “rechtvaardige oorlog”, niet om de oorlog te rechtvaardigen maar juist in te dammen. Zo moet een oorlog om rechtvaardig te heten aan scherpe voorwaarden voldoen. Alleen defensieve oorlogen zijn legitiem. Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen soldaten en burgers. En de soldaten mogen de voedingsbronnen van de tegenstander niet vernietigen.

De christelijke praktijk is regelmatig duister. Macht corrumpeert; absolute macht corrumpeert absoluut ( Lord Acton). Ik noem de kruistochten, die zich voltrokken onder pauselijke zegen en de overtuiging dat God deze tochten wilde. Ik noem ook het geweld tegen joden en de vele godsdienstoorlogen in  16de en 17de eeuw. Priesters en predikanten hebben tot in de vorige eeuw wapens gezegend. Veel donkere bladzijden in het christelijke geschiedenisboek doen ons beschaamd staan. Trieste actualiteit vormt de nog altijd voortgaande strijd tussen rooms- katholieken en protestanten in Noord – Ierland. Maar juist dat conflict maakt ook duidelijk dat religie altijd verbonden is met andere dimensies van het leven, met name de politieke en sociaal – economische.

Heilzame omslag

Binnen de christelijke gemeenschap zien wij gelukkig in de laatste eeuw een heilzame omslag. Er kwam meer en meer ruimte voor zelfkritiek en een zuivering van opvattingen. Een en ander is niet goed denkbaar zonder de gruwelen van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.  In protestantse kring kan de weldadige invloed van Karl Barth niet snel worden overschat. Barth maakte duidelijk dat wij God niet voor onze gewelddadige karretjes mochten spannen. In rooms- katholieke kring heeft met name het Tweede Vaticaanse Concilie ( 1962- 1965) voor een omslag gezorgd. In de verklaring over de godsdienstvrijheid Dignitatis Humanae ( 1965) komt de heilzame verandering van denken voluit in beeld. Niet langer stond het recht van de waarheid centraal maar de waardigheid van de mens. Voor de Kerk is en blijft Christus vanzelfsprekend de Weg, de Waarheid en het Leven ( Johannes 14,6) en ieder mens heeft de plicht om deze waarheid te zoeken. Maar tegelijkertijd kan dat alleen in volle vrijheid en zonder enige dwang. Voor zover ik kan zien is er op dit moment geen serieuze christelijke leider meer die geweld goddelijk zal durven legitimeren.

Op microniveau wordt een christen door het evangelie uitgedaagd om te kiezen voor een pacifistische houding.  De andere wang toe keren heeft immers een tendens naar pacifisme. Op macroniveau liggen de zaken voor de meeste christenen meer complex. De overheid heeft de taak om de veiligheid van de burgers te beschermen. Soms moet geweld als het mindere kwaad worden gebruikt om het grotere kwaad te bestrijden. Ik denk hierbij aan de bestrijding van Adolf Hitler maar ook aan het elimineren van het terrorisme van ISIS. Maar geweld blijft vanuit het onderricht van Christus altijd een falen en een nederlaag.

Voor de nabije toekomst lijkt het mij uitermate belangrijk te werken aan een “ coalitie van gematigden” uit allerlei godsdiensten en levensbeschouwingen. Het is de vertaling van de aloude deugd van de “temperantia” (gematigdheid, zelfbeheersing). Alle mensen zijn, naar Bijbels besef, schepselen van God. Ieder mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wie het schepsel schendt, schendt ook de Schepper. Dat besef lijkt mij een belangrijke notie om het geweld tussen mensen in te dammen.

Islamitisch geweld

De actualiteit dwingt ons om ook iets te zeggen over het thema geweld binnen de Islam. Duidelijk is dat Mohammed een totaal ander beeld oproept dan Jezus. De laatste stierf als slachtoffer aan het kruis; de eerste was veldheer. Voor zover ik kan zien, kent de dominante Islam een mechanische inspiratieleer van de Koran. Een groeiend besef van het menselijk aspect binnen de Korantekst en het besef dat een heilige tekst altijd moet worden geïnterpreteerd zou weldadig zijn. Alleen zo kan er met de nodige distantie worden gekeken naar de eigen geloofsbronnen. Het probleem van ISIS en andere extreem fanatieke vormen van Islam vormt het gegeven dat iedere andere interpretatie van het geloof als ketters wordt beschouwd. Het trieste resultaat vormt een stroom van bloed. En het is goed te beseffen dat de meeste slachtoffers van het islamitisch geweld moslims zijn. Hopelijk zal een intern debat over geweld binnen de Islam op den duur leiden tot eenzelfde heilzame omslag die ook binnen het christelijk geloof heeft plaats gevonden.