Mgr. De Korte: Houd lijnen met zoekenden en randkerkelijken open

Mgr. Gerard de Korte, apostolisch administrator van het bisdom Groningen-Leeuwarden en bisschop-elect van ‘s-Hertogenbosch, maakt deel uit van het theologisch elftal van het dagblad Trouw. Op 18 maart werd de bisschop de vraag gesteld of het wachten is op het onvermijdelijke einde van het christendom in Nederland, of dat we de cijfers van het onderzoek God in Nederland anders moeten interpreteren?

9d385e0b-25b2-40a6-b718-1586226fa10cDe ‘tienjaarlijkse koude douche’ wordt weer even over het Nederlandse christendom uitgestort, om een typering van theoloog Stefan Paas te gebruiken. Het rapport God in Nederland was weer ouderwets somber. ‘God en geloof verdwijnen uit Nederland’ kopte Trouw. Aan de ene kant bevat het rapport weinig dat we nog niet eerder zagen: de kerkgang daalt verder, steeds minder mensen zeggen te bidden of te geloven in een persoonlijke, transcendente God. Toch is er ook een aantal opvallende trends en uitkomsten te signaleren. Naar aanleiding van het rapport in 2006 werd veel gesproken over de opkomst van de ‘ongebonden spirituelen’. Nu blijken naast de kerkleden ook de mensen die zichzelf ‘spiritueel’ noemen in aantal af te nemen. Ook is het combineren van verschillende tradities opvallend: mensen zijn lid van twee religieuze gemeenschappen, of ze zijn christen en geloven tegelijk in reïncarnatie. Een ander opvallend element is de interne secularisatie van kerken, met name bij de katholieken: Slechts 17 procent van de mensen die zichzelf katholiek noemen zegt in een persoonlijke God te geloven. Is het wachten op het onvermijdelijke einde van het christendom in Nederland, of moeten we de cijfers anders interpreteren?

Manuela Kalsky, bijzonder hoogleraar op de Edward Schillebeeckx-leerstoel voor Theologie en Samenleving aan de Vrije Universiteit zit als onderzoekster al jaren bovenop de ontwikkelingen van religie in Nederland. “De concepten en methodiek die dit onderzoek gebruikt bepalen heel sterk de antwoorden die het oplevert. Wij doen aan de Vrije Universiteit onderzoek naar het fenomeen multiple religious belonging, wat betekent dat veel mensen onbekommerd putten uit verschillende religieuze tradities naast elkaar. We hebben in ons onderzoek lang gezocht hoe we de nieuwe vloeibare religieuze identiteit van mensen in kaart kunnen brengen. God in Nederland werkt nog teveel met oude hokjes: Je bent aanhanger van ‘het christendom’, of je bent ‘spiritueel’ of ‘atheïst’. De werkelijkheid is echter veel diffuser dan dat. Deze uitkomsten bevestigen heel sterk wat ons onderzoek al jaren in kaart probeert te brengen. Ondanks dat ze zichzelf ‘seculier’ of ‘niet-religieus’ noemen zijn heel veel mensen bezig met dat wat henzelf overstijgt, zonder dat het nog op enige traditionele manier herkenbaar is. Ook zij stellen heus de vraag naar de zin van hun leven, en vragen zich af ‘wat is voor mij nou waardevol?’ Maar als je ze vraagt of ze religieus zijn zullen ze ‘nee’ antwoorden. Blijkbaar spreken we dan niet meer dezelfde taal. Ook de term ‘ongebonden spirituelen’ die in het vorige rapport werd ingevoerd vind ik verwarrend: Als je geen lid bent van een traditionele geloofsgemeenschap betekent dat toch niet dat je je niet op een bepaalde manier wel degelijk aan een traditie of een gemeenschap verbindt? Die zien er wellicht anders uit en nemen andere vormen aan. Maar er zijn wel degelijk vormen van ‘belonging’ die dit onderzoek per definitie niet zal waarnemen. Lossere, ‘pop-up’ vormen van kerkzijn, die van onderaf ontstaan. Ze zijn klein en er ontstaat in die zin niet een ‘nieuw wij’ in de samenleving, maar eerder ‘nieuwe wij-tjes’. Veel diverser en vloeibaarder dan we gewend waren, maar met allerlei mogelijkheden van dwarsverbanden.”

We zien dergelijke ontwikkelingen natuurlijk breed in de samenleving: we worden allemaal ZZP-ers, nu blijkbaar ook in religieus opzicht. Zonder vaste contracten trekken we nomadisch rond en sprokkelen zingeving samen in tijdelijke, losse verbanden. Heel creatief allemaal, maar waar is de stevigheid, de rust, de sociale samenhang gebleven?

Kalsky: “Wat in ieder geval geen enkele zin heeft is om de oude vormen nog aan mensen van nu op te willen leggen. Je hoeft echt niet nog eens uit te leggen hoe de leer ook nog maar in elkaar zat. Je moet juist naar de mensen toegaan en heel goed luisteren waar zij zich werkelijk bevinden. Waar zitten hun zorgen, hun vragen, hun geluksmomenten? Daar moet je op anticiperen en bij aansluiten. Maak dan samen met wetenschappers uit verschillende disciplines een goede analyse en kijk waar elementen binnen de verschillende levensbeschouwelijke tradities liggen om mensen – vooral ook jonge mensen in Europa bij hun levensvragen te ondersteunen. Maar juist op dit punt hebben kerken de aansluiting helemaal gemist. Begrijp me niet verkeerd: ik doel vooral op de kerkleiding. Ik zie veel dominees lokaal heel goed bezig met de vraag: ‘wat hebben mensen hier en nu eigenlijk nodig?”

Gerard de Korte, bisschop van het bisdom Groningen-Leeuwarden en Theoloog des Vaderlands wordt zelf geïnterviewd in het rapport. Behalve over de voortgaande ‘ontkerkelijking’ moeten we het nu toch vooral ook  hebben over de interne secularisatie van de geloofsgemeenschappen. Nu komen de protestanten er nog redelijk af, maar de katholieken: slechts 17 procent van de mensen die zichzelf als katholiek beschouwen gelooft nog in een persoonlijke God. Wat zegt dat?

Behalve dat hij dat percentage wel degelijk schrikbarend laag vindt, maakt de Korte ook noodzakelijke theologische kanttekeningen: “Wat verstaan mensen onder een persoonlijke God? Denken ze dan aan een man op een wolk met een witte baard? Want dat is iets anders dan wat de kerk ermee bedoelt. Een persoonlijke God is God als een ‘Gij’, als iemand die jou aanspreekt en die je oproept tot een antwoord. Kijk, als de 50% van de gedoopten die zichzelf daadwerkelijk als katholiek beschouwen ook dat massaal niet meer gelooft is dat wel zorgelijk. Of neem een vraag als: geloof je in de hemel? Ja, wat zou ik dan zelf invullen? Betekent dat dat ik allerlei mythologische voorstellingen voor m’n rekening neem of geloof ik dat God mijn leven tot voltooiing zal brengen, dat God mij tot over de grens van de dood trouw  is en vasthoudt? Ook orthodoxe christenen die in de hemel geloven erkennen de realiteit van een modern wereldbeeld en van een uitdijend heelal. Dus wat bedoelen christenen die zeggen dat ze niet geloven in de hemel? Bedoelen ze daar een keihard ‘dood is dood’ mee? Of bedoelen ze iets anders?”

Kalsky: “Het is in de geschiedenis ook nooit zo geweest dat de kerk en het geloof van de kerk bestond uit één monolitisch zuiver blok. De christelijke traditie zelf is één grote bricolage van elementen, vanuit Egypte, vanuit het Jodendom, vanuit de Baäl-cultus, vanuit het Griekse denken. En zo is het vandaag ook: mensen combineren inzichten uit verschillende tradities met elkaar.”

De Korte: “Het katholicisme is vandaag dan ook heel open naar sporen van waarheid, goedheid en schoonheid in andere religies. Ook daar erkent zij het werk van de heilige Geest. Maar het christendom is niet van elastiek. Er zijn begrenzingen. Sommige dingen horen er echt niet bij. Christenen spreken over het godsgeheim niet buiten Christus om. Hij is de waarheid in eigen persoon.”

De Korte werd kortgeleden benoemd tot bisschop van Den Bosch. Wat betekent zo’n rapport als hij kijkt naar de nieuwe taak die voor hem ligt? Is hij geen bisschop van een stervende kerk? “Ik ga in principe niets anders doen dan wat ik al veel langer doe. Ik beschouw het als mijn taak om de relatief kleine kernen van authentiek katholiek leven te koesteren en te beschermen. Tegelijk wil ik de lijnen naar de veel grotere groep zoekenden en randkerkelijken open houden. Het werkt bij katholieken zo anders dan bij protestanten: het komt voor dat iemand zich katholiek noemt, terwijl dat betekent dat hij doordeweeks als vrijwilliger in de kerk schoonmaakt, maar ‘s zondags nooit een eucharistieviering bijwoont. Als theoloog heb ik daar mijn zorgen over, want de eucharistie is het hart van de kerk. Maar aan de andere kant: mensen zijn katholiek zolang ze zich katholiek noemen. Er is een sterk gemeenschapsbesef, een gevoel dat wij bij elkaar horen. Dat zit ook in de religieuze volkscultuur: even met Maria ‘smoezen’, even een kaarsje opsteken. Ook de mensen die alleen nog betalen aan de kerk, maar er nooit komen, tellen mee. Er wordt door anderen voor hen gebeden. Ze horen wel degelijk bij de gemeenschap en kunnen tot ieders verrassing ineens uitroepen: ‘maar wij blijven wel katholiek hoor!’”

Bron: Dagblad Trouw