Mgr. Van den Hout: Kerkelijk leven moet in de parochies gestalte krijgen

Op zaterdagochtend 1 april stelde de nieuwe bisschop-elect zich voor aan de pers in het bisdomhuis in Groningen. Mgr. Van den Hout benadrukte daar dat in de nabije toekomst het kerkelijke leven in de parochies gestalte moet krijgen: ‘De parochianen zullen hun doopsel zelf moeten waarmaken. De opleiding van priesters, het lesgeven, het functioneren van een bisdomcurie moet dit parochiewerk mogelijk maken en ondersteunen. Het is allemaal dienstwerk.’ De volledie inleiding vindt u hieronder.

f035fdc6-a42b-4ea3-ac5c-e1382f1d2d97Maandag 20 maart werd ik door de nuntius Aldo Cavalli gebeld. Hij wilde een afspraak ‘as soon as possible’. Hij bezocht mij op de pastorie in Hedel de dag erna. Ik begreep wel dat het niet om een parochiekwestie ging, maar was toch ook wel benieuwd. Hij bracht de boodschap mee van de paus – en dat staat er eigenlijk al heel stellig – dat deze mij tot bisschop van Groningen-Leeuwarden had benoemd. De nuntius vroeg van mij een antwoord. Ik probeerde wel een gesprek op gang te brengen over mijn twijfels dat ik uit het vertrouwde Brabant naar een onbekend deel van het land zou moeten, dat ik ver van mijn familie en vrienden zou komen te wonen. Ik probeerde te achterhalen wat hij van het bisdom wist, maar ik voelde wel aan dat deze onderwerpen er niet echt toe deden. De dag erna heb ik hem laten weten dat ik de benoeming wilde aanvaarden.

Ik ben blij dat het nu ook bekend kan worden (meer dan anderhalve week later). Het werd tijd. Misschien begrijpt u dat ik in eerste instantie wel enige aarzeling voelde, maar ik voelde me ook gewaardeerd en bevestigd. Ik kom graag naar het Noorden: Groningen, Friesland, Drenthe en de Noordoostpolder. Ik heb het niet gezocht, het komt voorbij, het wordt me gevraagd, men acht mij geschikt. Ik ben de paus en de nuntius dankbaar voor het vertrouwen dat in mij gesteld wordt.

Ik werd geboren als oudste in een Brabants gezin van drie kinderen. Ik groeide op in Diessen, een dorp in de huidige gemeente Hilvarenbeek ten zuiden van Tilburg. Mijn vader was automonteur, maar beide ouders komen van een agrarisch bedrijf. Tijdens vakanties en op zaterdagen werkte ik bij een oom op een tuinbouwbedrijf. Daar denk ik met veel genoegen aan terug (daar heb ik leren werken en aanpakken). Ik loop nog altijd graag op een agrarisch bedrijf rond om te zien hoe het er nu aan toe gaat. Ik dacht dat dit mijn leven zou worden, maar … een oud verlangen speelde op.

Aansluitend aan de HBO-opleiding begon ik op het in 1987 door mgr. J.G. ter Schure nieuw opgerichte diocesaan seminarie Sint-Janscentrum dat onder leiding kwam te staan van rector drs. A.L.M. Hurkmans, de latere bisschop. Ik heb me daar altijd thuis gevoeld. In deze periode ontstond mijn interesse voor het Oude Testament en voor Hebreeuws. Ik ben blij dat ik na mijn priesterwijding tweeëneenhalf jaar in Rome heb mogen studeren. Inwoner van de stad en geen toerist meer. Op zondag bezocht ik graag twee dingen/locaties/kerken/musea, leerde de weg kennen in de Eeuwige Stad, kreeg gevoel voor cultuur en gevoel voor gebed en liturgie, want ik bezocht ook graag een vesperviering/lof om de vrije zondagmiddag af te sluiten. Hoewel gedoctoreerd, ben ik geen wetenschapper, maar ik lees wel graag vanuit en over het OT. Ik preek er ook graag over; ik leg graag vanuit het OT een verband met het evangelie. Graag heb ik colleges OT, Hebreeuws en Judaica verzorgd op een aantal opleidingen. Misschien kan ik de collegestof omvormen tot bijbelavonden (praktisch idee voor de periode in mijn nieuwe bisdom). Misschien heb ik daar wel tijd voor, en kan ik zo de taak als leraar in het geloof gestalte geven. In predicatie en persoonlijk gebed ben ik steeds op zoek naar de zich openbarende God.

Als ik mezelf moet omschrijven: ik denk dat ik een man ben van de gewone pastorale praktijk, maar ik heb er altijd iets naast gedaan: studie, lesgeven, commissie Indiase priesters. Gaandeweg raakte ik ook geïnteresseerd in het welzijn van de collegae in het pastoraat. De functie van deken vond ik goed bij mij passen (primus inter pares).

Over de nabije toekomst: Het kerkelijke leven moet in de parochies gestalte krijgen. De parochianen zullen hun doopsel zelf moeten waarmaken. De opleiding van priesters, het lesgeven, het functioneren van een bisdomcurie moet dit parochiewerk mogelijk maken en ondersteunen. Het is allemaal dienstwerk. Ik vind het belangrijk dat we doen wat we moeten doen en dat we doen wat de kerk van ons vraagt en wat de gelovigen redelijkerwijs van ons vragen/verwachten.

Van het bisdom Groningen-Leeuwarden weet ik weinig. Ik ken een paar namen van priesters die ik ooit ontmoet heb. We zijn met de dekens van Den Bosch een paar dagen te gast geweest en toen ook door mgr. De Korte ontvangen. Dokkum, Schiermonnikoog, de stad Groningen. We hebben als dekens daar een goede indruk aan over gehouden. Ik hoop het hele bisdom het komende jaar beter te leren kennen. Ik ga uiteraard een rondgang maken langs de 29 parochies: kennismaken met de pastoor en zijn team, bestuur, iets van de omgeving, eucharistie, maaltijd. Ik laat me graag informeren. Belangstelling voor geschiedenis van het bisdom en de parochies en de streek.

Graag ga ik aan de gang met de staf en de medewerkers op het bisdomkantoor. Zij kunnen mij ongetwijfeld wegwijs maken in de nieuwe omgeving. Neem gerust contact op. Het lijkt me goed dat ik ook persoonlijk mensen spreek vanuit allerlei geledingen (kerkelijk en maatschappelijk). Ik weet dat er weinig religieuzen zijn (kloosters), er is geen katholieke universiteit, er zijn geen gilden. Toch hoop ik dat we als katholieken met velen in de maatschappij in contact staan.

Graag ga ik in gesprek met de christen van andere kerken. Dat zullen veelal protestanten zijn, maar misschien zijn er ook oosterse christenen. Vanuit de basishouding van respect voor elkaars traditie, elkaars institutionele verankering willen we bouwen aan een gemeenschappelijk christelijk getuigenis in de maatschappij en aan een groeiende zichtbare eenheid.

Ik hoop leiding te mogen geven aan een mooi bisdom in het Noorden des lands. Ik hoop dat ik me er thuis zal gaan voelen. Ik hoop dat ik van de mensen ga leren houden. Ik hoop dat we het kerkelijk leven gaande houden al is het op kleinere schaal dan we gewend waren. Ik houd ervan feiten onder ogen te zien en realistisch naar de toekomst te kijken en de kop niet in het zand te steken voor de ontwikkelingen die al decennialang aan de gang zijn. Ik hoop dat we het geloof kunnen delen en dat we leren vanuit het geloof en over het geloof te kunnen spreken. Dat is iets dat ik ook moet leren. Misschien ben ik daarin nog wel het meest Brabander.