60 JAAR BISDOM GRONINGEN-LEEUWARDEN

Het bisdom Groningen-Leeuwarden bestaat op 2 februari 2016 precies 60 jaar. Dit wordt gevierd met een pontificale eucharistieviering om 19.30 uur in de St. Jozefkathedraal (Radesingel 2) met aansluitend een receptie in de Remonstrantse kerk (Coehoornstraat 14). 

Het Friesch Dagblad besteedde op 30 januari uitgebreid aandacht aan het jubileum door middel van interviews met Mgr. Gerard de Korte, emeritus-priester Jan Alferink en pastoraal werkster Germa Kamsma-Kunst. De bijdrage was van de hand van Hanneke Goudappel.

Bisschop Gerard de Korte is 7,5 jaar bisschop van bisdom Groningen-Leeuwarden. ,,Het begin van het noordelijk bisdom – toen nog bisdom Groningen genaamd – gaat terug naar 1956. Het waren de nadagen van het rijke roomse leven, waarin de kerken nog vol zaten en het geloof ‘erbij hoorde’. Nu zitten we in een heel andere fase van de kerkgeschiedenis. Het grote gevaar is vandaag dat we alleen maar verval zien, en de krimp als norm nemen. Dat is een val waarin we niet moeten lopen. We hebben er niets aan om elkaar de put in te praten. Natuurlijk moeten we de geschiedenis kennen, maar tegelijk leven we nu, in 2016. En de belangrijkste vraag is hoe we nu en in de toekomst katholieke gemeenschap zijn.

Deze periode is een tijd van verandering, van parochiefusies. Deze bestuurlijke versterking is bedoeld om zoveel mogelijk van de plaatselijke gemeenschappen in stand te houden. Tot nu toe lukt dat ook. Een rode draad in mijn beleid is de procesmatige aanpak. De parochies hebben tijd en ruimte om de fusie gestalte te geven. Op 1 januari 2018 moeten alle fusies rond zijn. De Jacobusparochie in noordwest-Fryslân (Harlingen, Franeker, Dronryp, Sint Annaparochie, Vlieland en Terschelling) was als eerste gefuseerd. Achttien samenwerkingsverbanden zijn óf al klaar, of druk bezig. De enige dissonant is Burgum, Dokkum en Ameland. Daar loopt het proces moeizaam.

Andere belangrijke speerpunten zijn de inhoudelijke versterking van het geloof, in catechese en geloofscommunicatie. Een mooi voorbeeld is het jongerenwerk van pastoor Marco Conijn in de Jacobusparochie, waarmee veel jonge mensen worden bereikt.

En niet te vergeten de thema’s die paus Franciscus ons aanreikt: sluit je niet op in je eigen geloofsgemeenschap, maar draag zorg voor de samenleving. Die opdracht proberen we vorm te geven. Ik denk aan het vluchtelingenwerk van de parochie in Emmen (dicht bij het opvangcentrum Ter Apel), maar ook aan de inzet van parochianen bij voedsel- en kledingbanken in meerdere gemeenten.

Een dieptepunt in de afgelopen jaren waren de bezuinigingen in het bisschopshuis met gedwongen ontslagen. Dat was een zware tijd van ongewild afscheid nemen van mensen. Voorlopig zijn we door deze reorganisatie weer even in wat rustiger vaarwater gekomen.

Er blijven zorgen. Zorgen over de voortgang en het doorgeven van het evangelie. Kunnen we nieuwe mensen bereiken? Ik ben daar ook realistisch in. Ik reken niet op grote getallen. Laten we gewoon maar doorgaan met het lofprijzen van God en goede daden verrichten. Dat geeft ontspanning. De kerk is niet van ons, maar van God. Als wij doen wat we kunnen doen, dan mag je het ook aan Hem overlaten.

Er is ook vreugde. Over de oecumenische samenwerking bijvoorbeeld. Ook de nieuwe biddende cellen in het bisdom stemmen mij blij. Het is nog pril, maar hoopvol: de kleine vormen van religieus leven, naast de parochies. Ik denk aan de communiteit van de Spiritijnen die onlangs neerstreek in Heerenveen, aan de vier monniken naar Schier zijn gekomen en aan broeder Hugo, de kluizenaar in Groningen.

Bisdom Groningen-Leeuwarden is een bisdom in de diaspora. De eeuwenlange minderheidspositie ten opzichte van de protestanten heeft de katholieken hier getekend. Het is hier niet vanzelfsprekend om katholiek te zijn. Dat geeft een bepaalde ernst, maar ook zelfverzekerdheid en trots. Katholieken zijn trots op hun gemeenschappen. Ik ontmoet vaak de binnenste cirkel van de parochies en dan valt me op hoeveel mensen er zijn die de schouders eronder willen zetten.”

 

Emeritus pastoor Jan Alferink (81) uit Heerenveen was student van het bisdom ten tijde van de oprichting van bisdom Groningen-Leeuwarden. Alferink, geboren in Sneek, studeerde op dat moment filosofie in Dijnselburg in de buurt van Zeist. ,,We waren met zo’n acht, negen studenten vanuit het noorden. We zijn niet naar de installatie van bisschop Nierman in Groningen geweest. We hadden gewoon school. Tegenwoordig zou je daar met een bus naartoe gaan. Later kwam bisschop Nierman naar ons toe om kennis te maken. Het nieuwe bisdom was een heel nieuwe gewaarwording. Het aartsbisdom Utrecht was natuurlijk ook wel een grote lap. Degenen die toen nog in Groningen en omstreken werkten, vonden de splitsing wel jammer, omdat hun werkgebied daardoor kleiner werd. Wij ervoeren het niet als een teleurstelling.

Na nog zo’n vijf jaar theologiestudie ben ik begonnen in Stadskanaal en Musselkanaal. Daarna werd ik aangesteld in Erica in Drenthe, en vervolgens in de Mariaparochie in Groningen. De laatste 22 jaar tot mijn emeritaat in 2000 heb ik in Heerenveen en omstreken gewerkt. Er is veel veranderd in zestig jaar. Een verandering ten goede vind ik de toegenomen openheid. Er is in het bisdom meer overleg dan vroeger. Als je vroeger een nieuwe aanstelling kreeg in het bisdom moest je gewoon gaan. Punt uit. Toen ik van Erica naar Groningen moest, was er nogal wat protest vanuit de parochies. Ik ben nog in gesprek gegaan met de bisschop, maar daar kwam niks geen verandering in. Het overleg is nu beter.

Hoogtepunten vormden de jubilea van de parochies. De betrokkenheid van de parochianen rondom deze feesten was prachtig. De samenvoeging van de parochies van de laatste jaren had je vroeger helemaal niet kunnen bedenken. Dat is voor parochianen een grote ingreep, dat merk ik wel. Mensen gaan op zondag niet zo snel naar een parochie die verder weg ligt omdat ze gewend zijn in de eigen streek naar de kerk te gaan. Sommigen zetten die stap wel; anderen houden er moeite mee. Positief is dat getracht wordt om zoveel mogelijk van de eigen kerklocaties te handhaven en de verbanden die er lokaal zijn te verstevigen. Zodat de geloofsgemeenschap op de been blijft. Dat is een goede zaak. Ik ben blij dat het hier niet gaat zoals in aartsbisdom Utrecht, waar soms tien parochies worden samengevoegd en dan één locatie openblijft waar alle liturgische plechtigheden plaatsvinden. Dat lijkt me heel moeilijk.

In Heerenveen en omstreken, waar ik soms nog assistentie verleen, zie ik hoe belangrijk het is om de onderlinge band te verstevigen. Het is goed om gemeenschappelijke activiteiten op te zetten die mensen aanspreken. Er is hier – met de komst van de Spiritijnen – net een nieuw team van pastores gevormd. Dat spreekt velen aan. Als je hier op inzet, merk je dat de interesse van parochianen in de kerk weer toeneemt.”

 

Pastor Germa Kamsma-Kunst (52) werkt ruim vijftien jaar als pastor in bisdom Groningen-Leeuwarden. Eerst in Bolsward en omstreken; de laatste viereneenhalf jaar in de Titus Brandsma parochie van Leeuwarden. ,,Wat ik mooi vind is de groeiende samenwerking in de oecumene. Deze week had ik maar liefst drie oecumenische avonden. Maandag was ik bij een vergadering van de Raad van Kerken in Leeuwarden over kerk en maatschappij. Dinsdagavond was er een gezamenlijke avond van katholieken en protestanten over de milieu-encycliek Laudato Si van paus Franciscus. Dat was een prachtige avond waarop we samen zochten naar mogelijkheden om de thema’s uit de encycliek vorm te geven in ons eigen leven. We hebben afgesproken dat deze bijeenkomst in september een vervolg krijgt. De derde avond was een bijeenkomst van het Diaconaal Platform Leeuwarden, waarin zestien kerkplekken uit Leeuwarden de handen ineen slaan.

Dat vind ik de mooie dingen van deze tijd. Ik ben positief over de toekomst. We raken als kerken meer naar buiten gericht en daar vinden we elkaar. We staan in dezelfde wereld en hebben daarin een opdracht. God nodigt ons uit om aan zijn plan te werken. Heel concreet bijvoorbeeld door het bestrijden van armoede. Ik denk dat het in de kerk uiteindelijk hier om te doen is: naar buiten treden. Dat is de core business van de kerk.

We zijn lange tijd veel te veel naar binnen gericht geweest. Dat is niet de bedoeling van het verhaal van God. Ik denk dat de beweging naar buiten weer groeimogelijkheden kan geven. Het zal anders worden. We keren niet terug naar de vormen die we in de jaren vijftig hadden. Dat moeten we ook niet willen. De maatschappij is een heel andere dan toen. We moeten de boodschap vasthouden en het waardevolle van de traditie, maar wel meebewegen naar de tijd, en de actualiteit serieus nemen. Ik denk dat geloven altijd een beweging moet zijn van persoonlijk geraakt zijn door het evangelie en dat voeden, maar dan ook in beweging komen in je dagelijks leven. Met de zondag als een inspiratiemoment. Gelukkig hebben veel mensen ook dagelijks zulke momenten. Van daaruit kun je de wereld weer in.

Het gaat in ons bisdom niet overal hetzelfde. Elk samenwerkingsverband en fusie heeft z’n eigen dynamiek en uitdagingen. Het fusieproces in Leeuwarden is pas kortgeleden begonnen. Leeuwarden heeft eerder al te maken gehad met fusies in de stad en moet nu fuseren met dorpen waar voorheen nauwelijks contacten mee waren. Het proces is nu langzaam in gang gezet en de beginfase loopt goed, maar het heeft wel tijd nodig.

Fusies gaan met veel verdriet gepaard, omdat we los moeten laten wat we gewend waren. Het is net als met het leven van mensen: een constant loslaten om te groeien naar een nieuwe fase, nieuwe mogelijkheden. In het kerkelijk leven is dat niet anders. Het gaat erom dat we elkaar vasthouden op die weg. Het is niet de bedoeling dat wij vasthouden aan wat ooit is geweest. Ik vind het mooi dat mensen zich toch blijven inzetten, met elkaar op zoek gaan en in gesprek zijn. Een mooi voorbeeld daarvan is de HOOP-tour, vorig jaar mei in Leeuwarden. We traden op een zaterdag met allerlei activiteiten naar buiten om te laten zien wat het betekent dat God een God van liefde is. We geloven erin dat die boodschap goed is voor ons en voor de wereld, waarin veel ellende is. Waarom zouden we die boodschap niet wat meer de samenleving in brengen? Ik zie het in het bisdom op meerdere plekken dat mensen met elkaar prachtige dingen oppakken, ondanks de zorgen die er zijn.”

Bron: Friesch Dagblad