‘Boerkaverbod is symboolwetgeving’

In de rubriek ‘Theologisch Elftal’ van het dagblad Trouw werd vandaag mijn mening gevraagd over het boerkaverbod, waartoe de ministerraad vorige week besloot:

“In Nederland dragen van de meer dan 8 miljoen vrouwen slechts enkele honderden een boerka. Dus gaat dit in mijn ogen om een zeer theoretisch probleem. Het boerkaverbod is symboolwetgeving. Er is geen reëel probleem dat opgelost moet worden. Dat er toch een verbod wordt voorgesteld, heeft ook te maken met een onbegrip van de impact van geloof voor een mens.

“We leven in een cultuur met een seculiere meerderheid. Ik denk dat heel veel mensen steeds minder gevoel hebben voor de vrijheid van godsdienst. Dat was ook te merken bij de discussie over het schrappen van het verbod op godslastering. Ongelovigen kunnen de ernst van godslastering voor een gelovige vaak niet goed begrijpen.

“Als katholiek ben ik gevoelig voor iedere aantasting van de vrijheid van godsdienst. Dat geldt voor zowel de vrijheid van anders gelovigen als voor mijn eigen vrijheid als katholiek christen. In Mexico mocht een eeuw geleden een priester in het openbaar geen priesterkleding dragen. Dat doet mij iets. Want ik draag als bisschop zelf priesterkleding, dat hoort bij mijn ambt. Moslimvrouwen wil ik dan ook zo optimaal mogelijk vrijlaten in hun kledingkeuze. Toch begrijp ik dat onze overheid de boerka uit veiligheidsoverwegingen problematisch vindt. Ik zou de discussie daarom liever uit het religieuze willen trekken, omdat het algemenere punt is dat het kledingstuk de communicatie en veiligheid in de weg staat. Het dragen van een boerka is beter te vergelijken met het dragen van een geblindeerde helm of een bivakmuts dan met het dragen van een boordje.

“Ik heb in een hotel in Caïro een keer de lift gedeeld met een paar vrouwen in boerka. Mijn zus was er ook bij. Door een gaasje zagen we de ogen nog wel heen en weer gaan. Maar dat riep eerlijk gezegd enige angst en afstand op. Ik weet niet wie daar onder zit. Natuurlijk, sommige van onze kloosterzusters zijn ook flink aangekleed. Maar het gezicht is altijd vrij.

“Met iemand die een zonnebril draagt, vind ik het ook lastig communiceren. Ogen zijn de spiegels van de ziel, luidt het cliché, maar het is wel waar. Gezichtsbedekking verhindert een goed gesprek. De joodse filosoof Emmanuel Levinas heeft onderstreept hoe belangrijk het aangezicht is. In het aangezicht van de ander, zegt hij, wordt een beroep op mij gedaan tot barmhartigheid en mededogen. Levinas fundeert een hele ethiek in het gelaat van de ander. Om de ander recht te doen, moet je hem kunnen aankijken.

“Misschien is de angst ook te verklaren uit het feit dat ik aan de Ku Klux Klan moet denken bij het zien van een boerka. Zo schrik ik altijd toch even als ik die genootschappen in Spanje zie, die in de Goede Week met dezelfde puntkappen rondlopen. Ik vind dat niet heel prettig om te zien. Maar voor een verbod daarop zie ik geen reden. Ze dragen het alleen maar bij die ene optocht. En ik heb nooit gehoord dat dat in Spanje zou worden gezien als een veiligheidsrisico. Dat is toch de context van dit wetsvoorstel. Toen geweldsdreiging er nog niet was, voor 11 september 2001, werd het dragen van een boerka minder als een probleem gezien. Moslimextremisten verpesten het dus voor de hele groep. Ja, het theoretische gehalte van het probleem is hoog. Maar toch, je hebt maar één terrorist nodig die in zo’n boerka een aanslag pleegt, en dan is de schade enorm. Vanuit dat oogpunt kan ik een verbod van gezichtsbedekkende kleding begrijpen.”