De handcommunie, column maart 2019

De handcommunie

Er is een oude tekst van bisschop Cyrillus van Jeruzalem († 387) over het ter communie gaan, een tekst die wellicht een rol heeft gespeeld bij de overgang van de tongcommunie naar de handcommunie in de jaren zestig: “Maak van uw linkerhand een troon voor uw rechterhand, die de Koning gaat ontvangen. Ontvang dan het Lichaam van Christus in de holte van uw rechterhand en zeg daarbij ‘Amen’. Wanneer ge uw ogen geheiligd hebt door het contact met dit heilige lichaam, nuttig het dan voorzichtig en pas op, dat u er niets van verliest.”De tekst is uitgebreider dan hier geciteerd, maar ik wil me even tot de kern van de handeling beperken, want daar gaat het in deze column om.

Er zijn twee manieren om de heilige Communie te ontvangen: op de hand en op de tong. Deze laatste mogelijkheid komt de laatste jaren weer langzaam op. Dat komt vanwege de nieuwe gelovigen uit landen waar de tongcommunie nog heel normaal is. En er is daarnaast ook een hernieuwd besef van de heiligheid van de Communie aan het groeien. Handcommunie en tongcommunie zijn beide goed. Als het maar eerbiedig gebeurt.

Ik denk dat de ouderen onder ons in de jaren zestig bij de overgang van de tongcommunie naar de handcommunie, het als volgt hebben geleerd: de communicant – dat is iedereen die de H. Communie wil ontvangen, en niet alleen het jongetje of meisje van groep 4 – legt de handen open op elkaar; de rechterhand onder. De bedienaar van de H. Communie toont de Hostie en zegt daarbij: ‘Lichaam van Christus’. De communicant antwoordt met een duidelijk ‘Amen’. Dat antwoord hoeft niet overdreven te zijn, maar mag best gehoord worden. Vervolgens legt de bedienaar de Hostie op de linkerhand van de communicant en deze nuttigt direct met de rechterhand de H. Communie en vouwt de handen weer. Je neemt de H. Communie niet mee de bank in. Dat is niet eerbiedig.

Over het communiceren op de tong de volgende keer.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden