Groningens ontzet, column september

De augustusmaand is een echte feestmaand geweest voor de stad Groningen: de Keiweek voor de eerstejaars studenten, Noorderzon als theaterfestival, de kermis en  tenslotte Bommen Berend oftewel Groningens Ontzet op 28 augustus. Als u zich afvraagt of ik het wel goed geschreven heb: ja, toch wel. Het is niet Gronings of Groninger Ontzet, maar Groningens Ontzet. Het schijnt zo te horen.

Ik ben blij dat de  feestmaand voorbij is. Het kan niet blijven duren. Het doet me te veel denken aan de welvaart van de gegoede burgerij van Jeruzalem en de profeten die daartegenop traden. Als ik die Bijbelwoorden hoor, bekruipt mij het gevoel dat wij het wel heel goed hebben. Volgend jaar besteden we aandacht aan de armoede van Sint-Franciscus als we op de bedevaart gaan naar Assisi.

Dr. Herman Pleij verzorgde de 28 augustusrede in het Academiegebouw. Een van zijn meningen wil ik aanhalen: hij is erop tegen dat namen van straten, pleinen, tunnels en bruggen die naar Nederlandse helden zijn vernoemd en die inmiddels in diskrediet zijn geraakt, worden veranderd. Pleij vindt dat we de geschiedenis niet moeten uitwissen, maar dat we erover geïnformeerd moeten blijven worden en erover moeten blijven praten. Ik ben het met hem eens.

Wij leven in een tijd dat we meer dan ooit achterom kijken. Wie had kunnen denken dat we nu nog bezig zouden zijn met de oorlog, de politionele acties, de slavernij en dan met name onze eigen discutabele rol daarin. We proberen met ons verleden in het reine te komen, willen excuses voor zaken die lang geleden gebeurd zijn. We zijn er blijkbaar nog niet mee klaar. Dat deze dingen zich inmiddels zo lang geleden hebben afgespeeld is voor sommige mensen geen reden om het er niet meer over te hebben.

Ik denk dat het tijd wordt dat we de bisschop van Münster eens uitnodigen en hem vragen om excuses voor de belegering van Groningen. In 2022 is het 350 jaar geleden. Dat zou een mooi moment zijn!

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden