Heilige communie als teken

In de vorige column sprak ik over de Heilige Communie als een teken. In het dagelijks leven gebruik je een teken, als je iets duidelijk wilt maken. We gebruiken tekens in het verkeer. Een stoplicht is een teken. Staat het licht op rood, dan weet je: ‘dat is het teken om te stoppen’. Tekens brengen een boodschap over, ze zetten aan tot een handeling. Een woord dat in dit verband ook vaak wordt gebruikt is ‘symbool’. Symbolen verwijzen eerder naar een andere werkelijkheid.

Zo is de kleur oranje een verwijzing naar het Nederlands elftal. Het is een symbool. Ook in de kerk bestaan er veel symbolen. De duif is een symbool van de Heilige Geest, het is niet de Heilige Geest zelf. Als het symbool verloren gaat, is dat op zich niet zo erg. Het woord symbool drukt niet precies genoeg uit dat het geconsacreerde brood het Lichaam van Christus is. Voor een symbool knielen we niet; voor het teken van Christus’ aanwezigheid in het H. Brood doen we dat wel.

Door de Communie te ontvangen worden we één met Christus. Dat gebeurt echt. We laten ons voegen – samen met anderen wereldwijd – in het lichaam dat de Kerk is. Het is niet toevallig dat de Communie het Lichaam van Christus wordt genoemd en dat het ook een aanduiding is voor de Kerk als gemeenschap. We ontvangen het Lichaam van Christus om samen met anderen Lichaam van Christus te worden in de wereld van vandaag die op weg is naar de eeuwigheid.

Met het Tweede Vaticaans Concilie is de nadruk gelegd op de participatie van gelovigen. Er zijn acclamaties, liederen en gebeden die wij allen samen uitspreken (het Onzevader, de geloofsbelijdenis etc.). Het ontvangen van de Communie is de hóógste vorm van participatie en belijdenis. Als ik de heilige Communie ontvang, laat ik zien dat ik het geloof van de Kerk deel, dat ik geloof in de werkelijke aanwezigheid van Christus in het sacrament en verklaar ik me bereid me samen met de Kerk in te zetten voor de opbouw van het Rijk Gods.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden