Onder de boog van het Verbond

Eind mei is de nieuwe weekenbijlage ‘Wykein’ van het Friesch Dagblad verschenen. Voor deze bijlage zal ik het komend jaar maandelijks een essay schrijven. Bijbelse kernthema’s vormen daarbij het uitgangspunt. Mijn eerste bijdrage aan ‘Wykein’ verscheen op 30 mei en staat hieronder afgedrukt.

Verbond

Recent publiceerden de meeste kranten prachtige foto’s van ons heelal. Deze foto’s van het magistrale heelal zijn gemaakt door de Hubbletelescoop. Iedere foto kan de kijker doen verwonderen. Een verwondering die niet alleen wordt opgeroepen door het prachtige kleuren- en vormenspel maar ook door de ouderdom en de omvang van het heelal. Onze werkelijkheid is, volgens verreweg de meeste astronomen, onvoorstelbaar oud en ruim.

De Heilige Schrift spreekt over het heelal als schepping. Het is echter goed te beseffen dat schepping een geloofswoord vormt. De bijbelschrijvers maken duidelijk dat onze werkelijkheid geen product is van toeval maar door een scheppende God is gewild. Onze eigen wereld vormt zo een ontvangen werkelijkheid; een geschenk uit Gods hand. De Schepper heeft het eerste en het laatste woord. De diepste grond voor het scheppend handelen van God, zo is de overtuiging van de bijbelschrijvers, vormt zijn liefde. Als scheppende liefde wil God met de wereld in relatie staan. Wij mensen spelen daarbij, als kroon van de schepping, een centrale rol. God wil in verbond leven met heel zijn schepping maar heel bijzonder met ons mensen.

Israël heeft het spreken over een scheppende God altijd verbonden met God als Redder en Bevrijder. Schepping en redding horen bij elkaar als hol en bol. Niet de geringste exegeten denken dat historisch gezien het volk Israël God het eerst heeft leren kennen als bevrijder uit de slavernij van Egypte. En van deze bevrijdende God wordt dan uitgezegd dat Hij de Schepper is van al wat bestaat. Exodus gaat dan vooraf aan Genesis! Deze hypothese blijft voer voor exegeten maar in ieder geval vormt onze wereld het toneel voor Gods verbond.

Mozes en de profeten

In de Heilige Schrift wordt herhaaldelijk over verbondssluitingen gesproken. Al in het eerste bijbelboek Genesis is sprake van een verbond met de wereld en alle mensen. Na de zondvloed plaatst God de regenboog aan de hemel als teken van zijn verbond met Noach en zijn nakomelingen ( Genesis 9,13). Ik noem ook het verbond met Abraham, de vader van alle gelovigen, en Mozes, de Wetgever. De tien geboden gelden vanouds als de grondwet van het verbond. Deze tien “regels ten leven” regelen de relatie met de Heer van het verbond en de omgang binnen het verbondsvolk. Ook bij de profeten is regelmatig sprake van de verbondswil van God. Bij monde van profeet Jeremia horen wij over een nieuw verbond. Dat verbond wordt niet onderbouwd met een wet op stenen tafelen. Neen, God belooft dat Hij zijn wet in het binnenste van de mens, in zijn hart zal schrijven (Jeremia 31,33). Wij mogen dit horen als een belofte van de inwoning van Gods Geest.

Binnen het verbondsvolk moet gerechtigheid heersen. Israël is geroepen om Gods gerechtigheid in het alledaagse leven te weerspiegelen. Maar dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Keer op keer faalt het verbondsvolk juist als het gaat om de realisatie van de gerechtigheid. Tegen die achtergrond is het optreden van de profeten belangrijk. Veel moderne mensen denken bij een profeet aan iemand die de toekomst voorspelt. Maar de profeten in het Oude Testament hebben primair een andere taak. Zij duiden hun eigen tijd in het licht van Gods verbond en zij schrikken er niet voor terug de leiders en het volk aan te klagen als dat nodig is. Jesaja speekt harde woorden tegen boeren die huis na huis opkopen en akker bij akker trekken terwijl andere boeren landloos worden ( Jesaja 5,8) Zo worden de verschillen tussen arm en rijk binnen het ene verbondsvolk te groot. Bekend zijn ook de felle aanklachten van de profeet Amos. Hij spreekt harde taal over de rijke vrouwen van Samaria die als vette koeien op hun ivoren bedden genieten van het leven terwijl de kleine man wordt uitgebuit ( Amos 4,1). Bekend is natuurlijk ook de aanklacht van de profeet Ezechiël over herders die zichzelf weiden en de schapen verwaarlozen en aan hun lot overlaten ( Ezechiël 34).

Christus als hoogtepunt

Christenen geloven dat God op het hoogtepunt van de tijd het verbond heeft vernieuwd in Jezus Christus. Vanuit het geloof in God menswording spreekt de Kerk over een (ver)nieuw(d) verbond in Christus. In Hem is sprake van een nieuw en altijddurend verbond. Deze verbondssluiting vormt voor christenen het hoogtepunt van Gods heilshandelen. Gods heilzame omgang met deze wereld krijgt zo een apotheose. Wij raken hier trouwens de kern van het christelijk Godsbesef. God, de Schepper van hemel en aarde, die altijd groter is dan mensen kunnen denken, heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een dienaar, een slaaf aangenomen. Paulus citeert in de Filippenzenbrief een oude Christushymne waarin het geheim van de menswording en de ontlediging van God worden bezongen ( vgl. Filippenzen 2,5-11). Het gaat om de solidariteit van God. De heilige God heeft ons bestaan tot in de diepste diepte willen delen. Op het kruis van Golgotha deelt Hij in de Zoon onze angsten en onze doodsnood, ja ons sterven.

Een dag voor Goede Vrijdag houdt Jezus met zijn vrienden het laatste Avondmaal. Zij vieren Pesach, het joodse Paasfeest, ter herinnering aan de slavernij in Egypte en de uittocht naar het land van belofte. Opvallend is dat Christus de handelingen van de maaltijd op zichzelf betrekt. Zo wordt het brood gebroken en de wijn rondgedeeld als teken van wat een dag later met Hem op het kruis zal gebeuren. Zijn lichaam wordt gebroken en zijn bloed vergoten als zelfgave en verzoening voor een gebroken, zondige wereld. De ene Rechtvaardige wil de gerechtigheid van het verbond ten einde toe leven. Op de Paasmorgen wordt door de opstanding van Christus duidelijk dat de weg van Christus een weg ten leven is die uitmondt bij de Vader zelf.

Actualiteit

Het denken in termen van verbond is ook ontzettend belangrijk voor onze huidige Nederlandse samenleving. Ondanks de snelle secularisatie en ontkerkelijking van ons land heeft de christelijke gemeenschap de opdracht om het verbondsdenken in onze samenleving levend te houden. Mede door welvaart en hogere scholing zien wij in de laatste halve eeuw een sterke individualisering van onze cultuur. Maar een gezonde samenleving is meer dan een verzameling atomen. Onze koning Willem Alexander sprak tijdens zijn laatste kerstboodschap ware woorden toen hij stelde dat Nederland meer is dan 17 miljoen selfies. Een land kan niet functioneren als alles draait om eigenbelang of groepsbelangen. Mede door het bijbelse verbondsdenken weten wij van het belang van de inzet voor het algemeen welzijn ( bonum commune). Alleen zo kan de waardigheid van iedere mens veilig worden gesteld en de onderlinge solidariteit worden gerealiseerd. Een stabiele samenleving kent een evenwichtig samenspel van rechten en verlangens maar ook van plichten.

In het najaar van 2014 publiceerde ik als referent voor Kerk en Samenleving binnen de Nederlandse Bisschoppenconferentie de brief “ Hebben wij iets met elkaar”. De brief was natuurlijk allereerst gericht aan de eigen rooms- katholieke achterban maar ook aan alle andere Nederlanders die willen nadenken over de betekenis van sociale cohesie in onze moderne samenleving. Onze cultuur bestaat uit een veelheid van grotere en kleinere gemeenschappen. Sommigen ontstaan ad hoc en zijn tijdelijk; anderen hebben een stevig fundament en zijn blijvend. Het bijbelse verbondsdenken inspireert om elkaar vast te houden; zowel in het klein als in het groot. Mensen zijn verantwoordelijk voor elkaar. Het denken in termen van verbond vormt een inspiratie voor de inzet voor een rechtvaardige samenleving, zowel nationaal als internationaal. Onze paus Franciscus waarschuwt bijna voortdurend tegen de globalisering van de onverschilligheid. Hij roept katholieken en alle andere mensen van goede wil op om deze negatieve globalisering te beantwoorden met een globalisering van de barmhartigheid en de solidariteit. De hele schepping heeft de Heer aan ons toevertrouwd. Als rentmeesters of hoveniers (Wil Derkse) zijn wij beheerders en behoeders van Gods wereld.

Huwelijk als verbond

Als wij spreken over het bijbelse sleutelwoord verbond valt er eigenlijk niet aan te ontkomen om ook iets te zeggen over het verbond van het huwelijk. Stabiele huwelijken zijn immers van groot belang voor de realisatie van een stabiele samenleving. Maar wij weten dat grote delen van de wereld te maken hebben met een huwelijkscrisis. Het vormt een zorgelijk feit dat zoveel intieme relaties stranden. Sociologen melden dat in de Verenigde Staten en Rusland de helft van de huwelijken vastloopt. In ons eigen land geldt dat voor een derde van de gesloten huwelijken. De oorzaken voor de huwelijkscrisis zijn velerlei. Ongetwijfeld spelen betere scholing, hogere welvaart en de emancipatie van de vrouw daarbij een grote rol. Vroeger waren er ook veel slechte huwelijken maar bleven deze relaties in stand door de zwakke sociaal-economische positie van met name de vrouw.

De gevolgen van de huwelijkscrisis voor de samenleving op langere termijn zijn nog nauwelijks te overzien. Kinderen van gescheiden ouders hebben, zo stellen deskundigen, bovengemiddeld kans zelf ook bij een scheiding betrokken te raken. De huidige situatie vormt een uitdaging voor de christelijke gemeenschap. Een inzet op meerdere fronten lijkt mij uitermate gewenst. Ik denk allereerst aan een goede huwelijksvoorbereiding en huwelijksbegeleiding. Priesters, pastoraal werkers en predikanten vertellen soms dat bruidsparen elkaar vaak erg oppervlakkig kennen. Door een goede voorbereiding zou de slagingskans van een huwelijk aanzienlijk kunnen worden verhoogd. Bij de voorbereiding is het ook belangrijk om de rijkdom van het bijbelse verbondsdenken goed in de schijnwerpers te plaatsen. Bij velen is het dominante marktdenken ook in het denken over huwelijk en gezin binnengedrongen. Het huwelijk is dan niet meer een verbond voor het leven maar een opzegbaar contract. Als een van de partijen niet meer kan leveren, kan het contract worden ontbonden en een nieuw contract worden gesloten. Met alle kracht zullen christelijke kerken deze visie weerspreken. Niet alleen omdat het huwelijk zo tot een parodie wordt gemaakt maar ook omdat uiteindelijk het levensgeluk van mensen er niet door wordt gediend.

Dit jaar wordt in oktober binnen de Rooms- Katholieke Kerk in Rome een grote bisschoppensynode over huwelijk en gezin gehouden. De aanwezige bisschoppen zullen zeker rijke woorden spreken over de bescherming van het huwelijksverbond. Binnen de Romana geldt het huwelijk immers als een van de zeven sacramenten. Maar tegelijkertijd voorzie ik, mede ook door het recente optreden van paus Franciscus, dat de synode zal pleiten voor een pastoraat van nabijheid en barmhartigheid voor mensen die hun trouwbelofte niet gestand kunnen doen. Het gaat over de gehele wereld inmiddels om miljoenen mensen die op een of andere manier met hun gebroken leven verder moeten. De spanning tussen de hooggestemde huwelijksleer en het weerbarstige leven van iedere dag moet zo goed mogelijk worden uitgehouden. Onder de boog van het verbond kunnen falende mensen gelukkig de scherven van hun bestaan oprapen en verder gaan. De God van het verbond, de Vader van Jezus Christus, gunt ieder mens immers altijd een nieuwe kans van leven.

 

+ Mgr. Dr. Gerard de Korte