Vastenbrief 2020 van bisschop Ron van den Hout

Getuigen van de bevrijding. Vastenbrief 2020

Als we Pasen willen vieren, moeten we ons goed voorbereiden. We maken een begin met deze periode van bezinning op Aswoensdag door ons te laten tekenen met het askruisje. En dat is nog maar een begin, we hebben nog anderhalve maand. Deze tijd vraagt om reflectie op ons persoonlijk leven, op ons staan in de Kerk en onze betrokkenheid op de samenleving.

75 jaar bevrijding
Het is dit jaar 75 jaar geleden dat Nederland van de Duitse bezetting werd bevrijd en dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Ook in het voormalig Nederlands-Indië kwam een einde aan de Japanse bezetting. Er zijn niet veel mensen meer die de bevrijding bewust hebben meegemaakt. Het is de laatste keer dat een dergelijk kroonjaar met overlevenden kan worden gevierd. Wat betekent dit voor de toekomst?

Herdenken van de Tweede Wereldoorlog
Toch merk ik nauwelijks dat de behoefte om te herdenken minder wordt. We proberen de jongere generatie via de scholen bewust te betrekken bij wat er in 1939 – 1945 is gebeurd. We willen aan de jeugd de boodschap meegeven: werkt nooit mee aan oorlog en discriminatie. We brengen de schaduwzijden van onze geschiedenis naar voren. Ik heb de indruk dat we dat meer doen dan ooit. Direct na de oorlog hadden we onze handen vol aan de wederopbouw van het land. We wilden de oorlog zo snel mogelijk vergeten. Maar de behoefte om te herdenken blijft groot. We blijven naar het verleden kijken, en dat is ook goed, want we kunnen daarvan leren. Maar ik hoop dat die behoefte om te herdenken niet voortkomt uit een onzekerheid over de toekomst. Soms denk ik, maar ik weet niet of ik gelijk heb: we zijn zoveel met het verleden bezig, omdat we niet weten waar we aan moeten werken richting de toekomst.
De laatste jaren kijken we steeds genuanceerder op de oorlogstijd terug en ontdekken dat niet alle Nederlanders verzetsstrijders waren. We hebben vaak met de bezetter meegewerkt en geprobeerd het dagelijks leven zoveel mogelijk door te laten gaan. We dachten toen dat dat het beste was voor het Nederlandse volk. Achteraf hebben we er spijt van. Onze premier heeft op 26 januari bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam excuses aangeboden voor het lakse optreden van de Nederlandse overheid.

Dag van het Jodendom
De Dag van het Jodendom op 17 januari had als thema Bevrijding en Vrijheid en was gekoppeld aan het einde van de oorlog. Het jaar 1945 was het jaar van de bevrijding, maar was het dat voor iedereen? De gevangenen die uit de concentratiekampen bevrijd werden, voelden dat niet zo. In Nederland zaten we na de oorlog ook niet te wachten op de Joden die uit de helse verschrikkingen terugkwamen. We hebben ze schandalig behandeld, dat is inmiddels wel duidelijk. Wat betekent vrijheid in onze tijd? Hoe geven we die gestalte? Wat kan de Bijbel ons hierover leren? Die vragen mogen we ons stellen nu de bevrijding al weer zoveel jaren achter de rug is, en we aan onze vrijheid gewend zijn geraakt.

Getuigen van Jezus’ verrijzenis
Ik kom op een parallel tussen de bevrijding in 1945 en de bevrijding die – laten we zeggen – in het jaar 30 van de 1e eeuw plaatsvond. In de tijd na de verrijzenis en hemelvaart van Christus wordt de groep die Jezus heeft meegemaakt langzaam kleiner. Paulus kan halverwege de jaren 50 nog zeggen: “Jezus is verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven” (1Kor 15,6). Maar het is logisch dat er op het einde van de 1e eeuw nog maar weinig ooggetuigen over waren. De apostel en evangelist Johannes die in die late periode schrijft, is zich daarvan bewust als hij het gebeuren met Thomas vertelt. Thomas gelooft zijn mede-apostelen niet als ze hem vertellen dat zij Jezus hebben gezien. Hij wil het zelf meemaken. Een week later gebeurt dat ook. Jezus verschijnt nogmaals aan de apostelen, waaronder dit keer óók Thomas. Thomas raakt ervan overtuigd dat Jezus leeft. Hij heeft Hem nu zelf gezien en aangeraakt. Als conclusie voegt het evangelie jaren na dato toe: “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben” (Joh 20,29).

Wij moeten vertrouwen op de ooggetuigen
“Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben.” Hier worden wij bedoeld. Wij zijn geen ooggetuigen geweest van Jezus’ leven, dood en verrijzenis. Wij moeten het doen met het getuigenis van de apostelen. Zij hebben de ervaringen met Jezus opgeschreven en er een betrouwbaar verslag van gemaakt. Het is geen ‘wetenschappelijk en louter historisch’ verslag geworden. Het evangelie is een getuigenis ‘opdat wij zouden geloven’ (vgl. Joh 20,31). Het evangelie is verkondiging. Het daagt ons uit Jezus beter te leren kennen, in Hem te geloven en op Hem te vertrouwen. Als gelovigen van de 21e eeuw zijn wij voor ons geloof afhankelijk van de getuigen van toen. Het is als met het herdenken van de oorlog. We zijn afhankelijk van de mensen die het hebben meegemaakt en van de wijze waarop zij het aan ons doorverteld hebben. Op een gegeven moment herdenken we zonder degenen die het zelf hebben beleefd. Als het over Jezus’ dood en verrijzenis gaat, doen we dat al 20 eeuwen. Met Pasen.

Bevrijding
Zoals de overwinning op de Duitse bezetter – met de hulp van de geallieerden – ons politieke vrijheid heeft gebracht, zo heeft de overwinning van Christus op de dood ons geestelijke vrijheid gebracht. Bevrijding brengt vrijheid. Sinds de Tweede Wereldoorlog leven we in Europa in vrijheid, een groot goed. Sinds Christus de dood heeft overwonnen leven we in de vrijheid van de kinderen Gods. Op de Dag van het Jodendom werd ook de vraag geopperd of wij onze vrijheid nog kennen en waarmaken. Die vraag kunnen we ons wel stellen. Zijn we de bevrijding waard geweest? Leven wij werkelijk in vrijheid, of worden we nog geknecht? Mogen anderen in onze vrijheid delen?

Vrijheid
Wat betekent trouwens vrijheid? Over dit begrip kun je heel verschillend denken. Spontaan komt de gedachte op: doen wat je zelf wilt. Bij deze uitleg, die niet erg christelijk is en eerder liberaal, stel je als mens jezelf centraal. Wat je zelf kiest, wilt en kunt is belangrijk. Het gaat om jouzelf, jij bent zelf het uitgangspunt van je denken en doen. Er is bij deze visie op vrijheid natuurlijk wel een grens. Vrijheid kun je uitoefenen zolang je er andere mensen niet mee benadeelt. Dit mondt soms uit in: dat moeten andere mensen van mij maar accepteren, want zo ben ik nu eenmaal. Vrijheid begint bij mijzelf als individu.

Maar we kunnen vrijheid ook anders omschrijven: vrijheid is de mogelijkheid om het goede te doen. Deze definitie past veel beter bij de christelijke uitgangspunten en heeft sterk mijn voorkeur. Wat wil het zeggen dat vrijheid de mogelijkheid is om het goede te doen? Het betekent allereerst dat je een idee moet hebben van wat goed is (en wat kwaad). Het betekent ook dat je meer gericht bent op de ander dan op jezelf. Deze vrijheid moet ons als mensen door de samenleving toegestaan worden. Zo was het de Bijbelse Tobit bijvoorbeeld verboden om de lijken van overleden landgenoten te begraven.
Maar vrijheid om het goede te doen heeft ook met ons innerlijk te maken. Als je slaaf bent van je eigen zonden, doe je in zekere zin wel wat je zelf wilt, maar je bent niet vrij. Je doet uit vrije wil wat je eigenlijk niet wilt, of waarvan je weet dat het niet goed is. Je kunt onvoldoende kiezen voor vrijheid. Doen wat je zelf wilt, kan helemaal ontsporen.

Recht op zelfbeschikking
In de discussie over euthanasie en ‘voltooid leven’ speelt het principe van zelfbeschikking over eigen leven en dood een grote rol. De eigen liberale vrijheid wordt tot het uiterste doorgevoerd. Eigenlijk draait het daar principieel om. Er zijn natuurlijk allerlei praktische en secundaire redenen waarom je voor of tegen euthanasie kunt zijn, maar principieel gaat het over de vraag of de mens het recht heeft om over eigen leven en dood te beschikken en een arts kan machtigen zijn leven te beëindigen. “Binnen de katholieke kerk bestaat er een oude traditie die de beëindiging van het eigen leven in strijd acht met de liefde tot God, tot de naaste, de gemeenschap of de mensheid en tot de mens zelf” (Handboek Katholieke Medische Ethiek. Verantwoorde gezondheidszorg vanuit katholiek perspectief, pag. 405). Het lichaam hoort intrinsiek bij de mens. Het lichaam is niet bijkomstig en niet ondergeschikt aan de menselijke geest, zodat die geest er vrijelijk over kan beschikken als het gaat over dood en leven. Er is ook niemand die kan zeggen dat hij zelf voor het leven gekozen heeft. Hij heeft het gekregen. Het leven behoort allereerst God toe. Ook als je zelf niet gelooft, blijft staan: je hebt het leven gekregen, je hebt er niet zelf voor gekozen.

Maatschappelijk debat ‘voltooid leven’
Het debat over ‘voltooid leven’ is nog in volle gang. Door diverse medici en onderzoekscommissies worden adviezen gegeven die ervoor pleiten geen verdere stappen te zetten op de weg die inmiddels is ingeslagen. Met de huidige euthanasiewetgeving kunnen de mensen die hun leven voltooid achten voldoende geholpen worden, en bovendien is de groep die het daadwerkelijk betreft, dermate klein dat verdere wetgeving niet opportuun is.

Pasen
Als we op zoek zijn naar geluiden en argumenten tegen euthanasie, laten we dan naar het leven van Christus kijken. Hij is het lijden zelf niet uit de weg gegaan, zelfs niet de dood die Hem werd aangedaan. We zeggen het niet vaak zo, maar Hij is vermoord. Hij heeft weliswaar bewust naar zijn dood toegeleefd, Hij heeft zich in de dood gegeven en het laten gebeuren, maar Hij heeft niet zelf over zijn leven beschikt. Tijdens zijn hele leven heeft Hij mensen genezen, weer in de gemeenschap betrokken, onderwezen, geïnspireerd en vergeven. Hij heeft in alle situaties van dood en verderf steeds gekozen voor het leven en het goede. De dood werd Hem aangedaan. Hij was bereid die zelf te ondergaan. Het was het ultieme teken van overgave aan God.

We beginnen aan de voorbereiding op het paasfeest. Veertig dagen hebben we de tijd om ons opnieuw te oriënteren op het leven. Het leven zoals we dat tot nu toe geleid hebben – misschien is er het een en ander aan te verbeteren en moeten we ons bekeren – en het leven dat voor ons is weggelegd door Christus’ verrijzenis. Ons oriënteren op het leven betekent terugkijken en in herinnering brengen waar we tekort schoten, en het betekent vooruitzien en werken aan de toekomst van ons eigen leven en dat van de mensen door wie we omringd worden. Graag nodig ik u uit om deze tijd van genade serieus te beleven. Daartoe wens ik u – mede namens de staf en medewerkers van de bisdomcurie – een goede voorbereiding toe op Pasen.

+ Ron van den Hout, bisschop van Groningen – Leeuwarden, Aswoensdag 26 februari 2020