Sint-Jozef, een wettelijke vader, column april 2021

Paus Franciscus heeft dit jaar als een Jozefjaar uitgeroepen. Hij heeft er een brief over geschreven: Patris Corde, Met het hart van een vader (8 december 2020). Het is namelijk 150 jaar geleden dat Z. paus Pius IX in 1870 Sint-Jozef uitriep tot patroon van de katholieke kerk. Er komen hem nog meer titels toe: patroon van de arbeiders (Pius XII in 1955) en Hoeder van de Verlosser (H. Johannes Paulus II in 1990). Het volk eert hem als patroon van de zalige dood.

Er zijn in ons bisdom zes kerken die aan Sint-Jozef zijn toegewijd: Heeg, Zuidhorn, Zandberg, Delfzijl, Barger Compascuum, Groningen (kathedraal). Heel verspreid dus.

Jozef is geen opmerkelijke figuur of misschien juist wel. Er zijn van hem weinig legendarische verhalen. Hij heeft een bescheiden plaats in het evangelie: hij staat náást Maria en ondersteunt haar in haar moederlijke rol. Jozef zegt niets en laat zich op aangeven van de engel in met het mysterie van de menswording en neemt de rol van wettelijke vader op zich. Hij wilde zich van zijn verloofde Maria distantiëren, maar dat was niet de bedoeling. Uiteindelijk begreep hij dat ook en hij nam de verantwoordelijkheid op zich.

Ook in onze tijd zijn er nogal wat vaders die kinderen opvoeden die niet van henzelf zijn maar die toch die verantwoordelijkheid hebben gekregen. Het kan allerlei redenen hebben. Misschien is het niet altijd gemakkelijk om een kind op te voeden dat je niet vanaf de geboorte hebt gekend. Toch verdient het kind een vader die het liefheeft, verzorgt en brengt tot volwassenheid. Een vader die met zijn kinderen speelt en hen meeneemt naar een museum, een vader die zijn vaderlijke rol vervult naast die van de moeder. We bidden voor deze ‘stiefvaders’ of hoe we ze ook zouden willen noemen, dat zij de verantwoordelijkheid nemen en het belang van de kinderen voorop plaatsen.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

De Engel des Heren, column maart 2021

Sinds eind november heeft de Sint-Jozefkathedraal in Groningen er twee nieuwe klokken bij. Het ophangen ervan en het vernieuwen van de klokkenstoel met elektrische bediening gaf het parochiebestuur de gelegenheid het luiden van het Angelus opnieuw te introduceren. Driemaal daags luidt het Angelusklokje, om acht, twaalf en om zes uur. Het valt op, en het is ook de buurt opgevallen.

‘Angelus’ is het eerste woord van het gebed in het Latijn, het betekent Engel. “De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt. En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest. Wees gegroet…” En zo nog drie verzen, en een gebed als afsluiting. Het hele gebed vat het evangelie goed samen. De belangrijke heilsmomenten worden genoemd: menswording, dood en verrijzenis van Christus, werkzaamheid van de Heilige Geest en de bemiddeling van Maria. “Bidt voor ons, heilige moeder van God. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.”

Het luiden van het Angelusklokje is een oproep om je bezigheden even te staken. In de praktijk doe je dat niet zo gauw, merk ik. Kardinaal Simonis deed het wel. Als je op het middaguur bij hem op bezoek was, onderbrak hij het gesprek gewoon en begon te bidden of stelde het voor, waarop je natuurlijk geen ‘neen’ kon zeggen.

Met het bidden van de Engel des Heren doe je op een eenvoudige manier wat monniken en priesters met hun getijdengebed doen: de delen van de dag heiligen. Het gaat erom dat je je dag indeelt en toewijdt aan God. Heel eenvoudig. Het is een moment om even stil te staan bij ‘waar doen we het allemaal voor?’ Voor wie werk of studeer ik? Voor mezelf? Het is een gebed dat je uit het hoofd kunt kennen en ook in samenspraak met anderen kunt bidden.

De volledige tekst kunt u in katholieke gebedenboeken zeker vinden, ook op websites, zoals www.rkliturgie.nl.

Het gezin, column februari 2021

Nauwgezet volg ik de media in ons land. Er is veel negatiefs, maar ik probeer toch altijd het positieve op te pikken.

Twee zaken zijn me de laatste tijd opgevallen. De eerste was een theatervoorstelling van Richard Groenendijk (1972) die ik begin januari op televisie zag. Hij ging komisch – en tegelijkertijd serieus – in op het verschijnsel echtscheiding. Hij zei onder andere dat sommige echtparen te snel uit elkaar gaan en zich niet laten weerhouden door het belang van de kinderen. ‘Dat zouden ze juist wel moeten doen! Ze hebben in alle vrijheid voor elkaar en voor kinderen gekozen, dan moeten ze ook bereid zijn ervoor te gaan.’ Groenendijk had wel eens met kinderen gesproken en aan hen gevraagd: ‘Wat zou je nou het állerliefste willen?’ ‘Dat papa en mamma weer bij elkaar komen.’ Pleidooi voor de ouders om toch zichzelf en hun eigen gevoelens opzij te zetten en het belang van de kinderen te dienen. Want opgroeien in een gezin is toch het beste, ook al is de huwelijksrelatie niet ideaal. Mooi dat een onverdachte cabaretier zoiets zegt.

Een andere zaak die het gezin raakt. Waarschijnlijk ziet u wel eens billboards met daarop de tekst ‘second love’. Die tekst is een uitnodiging om naast je vaste relatie het ook eens met een ander te proberen. Overspel dus. Op 9 januari stond in een landelijk dagblad: ‘Overspelreclame in bushokje verbieden? Die roep klinkt steeds luider.’ Over zo’n artikel kan ik mij verheugen. Dan ben ik blij dat deze geluiden in de media verschijnen.

Het gezin is de meest natuurlijke en kleinste gemeenschap die er. Als kinderen een stabiele omgeving hebben om op te groeien, verdient zich dat later terug. En dat komt de hele samenleving ten goede. Echtscheidingen zijn een maatschappelijk probleem geworden. Er zijn situaties dat het niet meer gaat, daar had Groenendijk het ook over. Maar er zijn ook situaties waarbij ouders met enige opoffering hun kinderen een grote dienst bewijzen.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Getijdengebed, column januari 2021

Getijdengebed

In de Bijbel staat: “Ik prijs u zevenmaal elke dag” (Psalm 119,164). We kunnen dit getal beschouwen als symbolisch, maar er is in dit geval niets op tegen om het letterlijk te nemen. Vanouds hebben monniken, monialen en kluizenaars dat gedaan. Zij verdeelden hun gebedstijden over zeven momenten over de dag: in de nacht (1), bij het opgaan van de zon (2), in de voormiddag (3), op het middaguur (4), in de namiddag (5), bij het ondergaan van de zon (6) en voor het slapen gaan (7).

Het gaat erom dat we de dag beginnen en eindigen met gebed en ons werk of onze studie even onderbreken. We brengen eer aan God, en het geeft structuur en ritme aan onze dag. Wij bouwen het Koninkrijk Gods niet op door onze activiteiten alleen; we moeten God zijn werk laten doen, en het geloof daarin laten we blijken door gebed. “Als de Heer de woning niet bouwt, werken de bouwers vergeefs” (Psalm 127,1).

U kunt uw dag doorbrengen met het invoegen van momenten van gebed, aangepast aan uw mogelijkheden. De ochtend en de avond en bij het slapen gaan, zijn natuurlijke momenten van rust.

De katholieke kerk kent het officiële getijdengebed waartoe de priesters en diakens zich hebben verplicht bij de wijding. Daar is een boek voor: Getijdenboek. Gebeden voor elke dag (Nationale Raad voor Liturgie 1990). Dat boek is te koop (zie www.rkliturgie.nl). Er is sinds jaren ook een app beschikbaar op de mobiele telefoon die heel veel gebruikt wordt. Diverse jongeren die ik in de afgelopen jaren heb ontmoet, hebben dit ontdekt. Onder priesters is deze app intussen gemeengoed geworden. Je hoeft geen dik boek mee te nemen als je van huis gaat.

Het officiële getijdengebed bestaat vooral uit het bidden van de psalmen volgens een vast schema. Verder bevat het een hymne (lied), een lezing uit de Bijbel en gebeden. Het gaat erom dat we de dag heiligen en ons werk niet belangrijker maken dan het is.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Aanslagen en vrijheid van meningsuiting, column december 2020

De laatste maand zijn er weer aanslagen gepleegd in Europa, in een voorstad van Parijs, in een kerk in Nice en in de binnenstad van Wenen. Deze aanslagen zijn gruwelijk en geschieden vanuit islamitische terroristische motieven. Deze aanslagen veroordelen we ten zeerste, onacceptabel.

Wat in dezen een grote rol speelt is de discussie over vrijheid van meningsuiting. In Europa wordt dit als een groot goed gezien. De premier noemde het zelfs het ‘hoogste goed’. Dat ben ik niet met hem eens. God is het hoogste goed, en vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, recht om te demonstreren, het recht om niet gediscrimineerd te worden etc. zijn belangrijke grondrechten waarop onze samenleving steunt. Het is moeilijk om een gradatie tussen deze grondrechten aan te geven. Het is een voortdurend afwegen van belangen.

Vrijheid van meningsuiting kent ook grenzen, grenzen van fatsoen en respect. Er wordt van alles geroepen, mensen worden beledigd, kamerleden gebruiken soms een taal die geen enkele burger past. We leven in een vrij land, we mogen onze mening hebben en die mogen we ook uiten in het publieke domein, maar de manier waarop we dat doen en de intentie waarmee we dat doen is niet onbelangrijk. Er worden nogal eens grenzen overschreden.

De vraag is hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan, en dan met name of er religieuze spotprenten gemaakt mogen worden. Christenen hebben een groot incasseringsvermogen. We kunnen ons beledigd voelen, en terecht, maar we reageren alleen met woorden. Komt dat omdat onze Heer zelf bespot werd en de hoon verdroeg? Zo ja, dan zullen we op gepaste wijze reageren, met woorden, misschien zelfs door te zwijgen – dat deed Christus ook. Reageren met een moordaanslag is niet proportioneel. Haatgevoelens moet je niet omzetten in daden, maar onderdrukken.

De docent Samuel Paty liet om educatieve doeleinden een spotprent van Mohammed in de klas zien. Er mocht blijkbaar niet gesproken worden over een problematisch maatschappelijk verschijnsel.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Vagevuur. Een uitvinding van Gods geduld, column november 2020

“Zij die sterven in de genade en de vriendschap van God, maar nog niet volkomen gelouterd zijn, ondergaan, hoewel ze al van hun eeuwig heil verzekerd zijn, na hun dood een loutering ten einde de noodzakelijke heiligheid te verwerven om in de vreugde van de hemel te kunnen binnengaan.” Zo begint het artikel in de catechismus over het vagevuur (1030).

We maken allemaal fouten. We zijn allen zondaars. Niemand zal van zichzelf of van een ander zeggen dat dat niet zo is. Ieder van ons raakt door eigen zonden beschadigd, in meer of mindere mate. Die beschadigingen moeten genezen, en dat heeft tijd nodig. Als u te maken heeft gehad met fouten ten opzicht van iemand anders en het is gelukt om tot verzoening te komen, dan kan het toch nog een tijdje duren voordat de wonde geheeld is. De fout is vergeven, maar nog niet vergeten. Het moet slijten. Dat lukt vaak ook wel, maar we moeten geduld hebben met onszelf en met de ander.

Zo is het ook met onze relatie tot God. Hij wil graag vergeven en nodigt ons uit om op zijn barmhartigheid een beroep te doen. Niet elke fout is even erg. Er zijn zware zonden en dagelijkse zonden. Er kunnen ook wel eens situaties zijn dat we niet zo duidelijk zien of we gezondigd hebben. Er zitten vaak meerdere kanten aan een handeling of gedachte. Het is niet altijd ‘zwart-wit’.

Als ons leven door de dood tot een einde gekomen is, kan God al onze goede en kwade daden overzien. Onze medemensen kennen ons slechts gedeeltelijk, maar God kent ons door en door. Hij heeft ook geduld met ons en geeft ons na onze dood een periode van loutering en uitzuivering om ons in staat te stellen in zijn volle licht te komen. Die periode van loutering noemen we vagevuur.

Een gebed uit de uitvaartmis dat ik persoonlijk erg mooi vind: “Mochten hem/haar nog smetten aankleven van zonde of menselijke tekorten sporen hebben nagelaten, laat uw liefde dan dit alles uitwissen en hem/haar vergeven.” Een gebed dat past bij ieders leven, zo veronderstel ik.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Eucharistische aanbidding, column oktober 2020

In de afgelopen maanden is de aanbidding van Christus in het Allerheiligste Sacrament in sommige parochies herontdekt. Het was een alternatief voor de vieringen die vanwege de bedreigingen van het corona-virus niet konden plaats vinden. Het gebruik van de monstrans met de H. Hostie die op het altaar wordt geplaatst – uitstelling noemen we dat – roept op tot gebed en stilte. In de verering van de Eucharistie drukken wij ons geloof uit in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de gedaanten van brood en wijn.

We kunnen ‘aanbidding’ houden, dat wil zeggen een tijd van stilte doorbrengen bij het uitgestelde allerheiligste Sacrament. Gewoon even in de bank plaats nemen en stil zijn bij Hem. De pastoor van Ars, Johannes Maria Vianney (1786-1859, Zuid-Frankrijk) doet een goede suggestie. Men zag hem lang geknield in de kerk voor het tabernakel. Men vroeg hem wat hij daar al die tijd deed. De pastoor van Ars antwoordde: “Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem.” Zo eenvoudig kan het zijn. Je hoeft geen woorden te gebruiken. Bíj Hem zijn is voldoende. Zoals twee geliefden ook niet veel tegen elkaar hoeven te zeggen om te weten dat ze van elkaar houden.

We vereren het Sacrament ook door te knielen voor het tabernakel als we de kerk binnen gaan, of door een diepe buiging te maken. De geconsacreerde hosties worden in een katholieke kerk in het tabernakel bewaard, een centrale plek in de kerk die verering mogelijk maakt. Het gaat er niet alleen om dat we de hosties netjes bewaren voor een volgende viering, en voor de ziekencommunie, maar ook dat we een plek creëren waar verering mogelijk is. Dat hoort bij ons katholieke geloof.

Tijdens het jongerenweekend in oktober 2019 heb ik ontdekt dat aanbidding op jonge mensen indruk maakt. Het voorbeeld van zusters die om beurten een half uur bidden, doet wonderen. Biddende mensen maken stil en zetten aan tot gebed.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Kindervragen aan de bisschop, column september 2020

Op 24 augustus was ik te gast op de Sint-Henricusschool te Klazienaveen voor de viering van het 100-jarig bestaan. Het is een van de scholen voor bijzonder onderwijs. In 1917 kwam er een einde aan de jarenlange schoolstrijd en werd het bijzonder onderwijs, zoals ook het openbaar onderwijs, door de staat bekostigd. Vanaf die tijd werden er in ons land tal van r.-k. scholen opgericht. In 1920 was dat de Sint-Henricusschool in het Drentse Klazienaveen, een mooie school pal tegenover de parochiekerk.

We hadden een korte woordviering in de kerk, maar wat het meeste indruk op me heeft gemaakt waren de bezoekjes in alle klassen. Ik kwam voor deze gelegenheid in vol ornaat: met toog, paarse sjerp en paarse solideo. De leerlingen mochten vragen stellen. En dat deden ze vol overgave! “Waarom hebt u dat petje op? Waait het nooit af?” “Hoe oud was Jezus toen Hij dood ging?” Voor die laatste vraag kon ik ze wijzen op het aantal knoopjes van mijn bisschopstoog: 33 precies. Het klopt echt! Een mooie teloefening.

Er waren ook serieuze vragen: “Waarom stierf Jezus aan het kruis?” en “Wie heeft Jezus vermoord?” Diepgaande kwesties worden dan aangesneden, waar niet kort een antwoord op te geven is. Er hoort een verhaal bij. Geloofsmysteries communiceren vraagt een eigen aanpak. Ik realiseerde me wel dat op deze theologische vragen – want dat zijn het in feite – vroeg of laat een bevredigend antwoord moet komen, anders ben ik bang dat de vragensteller op den duur afhaakt. Ik hoop dat de juf of de ouders het lukt. Bij een ander fundamenteel vraagstuk “Waarom is er de duivel?” heb ik er iets tegenover gesteld: “Met de duivel moet je je niet bezig houden. Richt je vooral op het goede.”

Er waren ook andere, meer persoonlijke vragen: “Waarom wilde u bisschop worden?” “Hebt u altijd pastoor willen worden of hebt u eerst iets anders gedaan?” Dan kon ik iets over mezelf vertellen, zodat de leerlingen zich een concreet beeld kunnen vormen van een bisschop. Hij is ook een gewoon mens, maar met een grote verantwoordelijkheid. In ieder geval kennen ze er nu één van, want hij is persoonlijk in de klas geweest. Kinderen zijn nieuwsgierig en ontvankelijk. Ze zullen het bezoek niet gauw vergeten. Ik ook niet.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Meditatie, column juli-augustus 2020

Een vorm van gebed waarmee velen van ons niet zo vertrouwd zijn, is mediteren. We kennen onze standaard- of formuliergebeden, maar er is ook meditatie. Als u op internet zoekt naar meditatie, komt u het eerste uit bij niet-christelijke en niet-godsdienstige websites. Het gaat dan om meditatie als middel tegen stress of meditatie in de betekenis van mindfulness, transcendentele of adem meditatie. Lees verder

Standaard- of formuliergebeden, column juni 2020

Jaren geleden was ik bij een lezing van iemand die van protestant katholiek was geworden. Het was voor haar een verademing dat ook een standaardgebed als gebed kon worden beschouwd. Dat was nieuw voor haar. Zij kwam uit een protestantse traditie waarin een gebed steeds vrij werd geformuleerd, hetzij door de dominee in de zondagsdienst, hetzij door gelovigen zelf bij andere bijeenkomsten. Lees verder