Vagevuur. Een uitvinding van Gods geduld, column november 2020

“Zij die sterven in de genade en de vriendschap van God, maar nog niet volkomen gelouterd zijn, ondergaan, hoewel ze al van hun eeuwig heil verzekerd zijn, na hun dood een loutering ten einde de noodzakelijke heiligheid te verwerven om in de vreugde van de hemel te kunnen binnengaan.” Zo begint het artikel in de catechismus over het vagevuur (1030).

We maken allemaal fouten. We zijn allen zondaars. Niemand zal van zichzelf of van een ander zeggen dat dat niet zo is. Ieder van ons raakt door eigen zonden beschadigd, in meer of mindere mate. Die beschadigingen moeten genezen, en dat heeft tijd nodig. Als u te maken heeft gehad met fouten ten opzicht van iemand anders en het is gelukt om tot verzoening te komen, dan kan het toch nog een tijdje duren voordat de wonde geheeld is. De fout is vergeven, maar nog niet vergeten. Het moet slijten. Dat lukt vaak ook wel, maar we moeten geduld hebben met onszelf en met de ander.

Zo is het ook met onze relatie tot God. Hij wil graag vergeven en nodigt ons uit om op zijn barmhartigheid een beroep te doen. Niet elke fout is even erg. Er zijn zware zonden en dagelijkse zonden. Er kunnen ook wel eens situaties zijn dat we niet zo duidelijk zien of we gezondigd hebben. Er zitten vaak meerdere kanten aan een handeling of gedachte. Het is niet altijd ‘zwart-wit’.

Als ons leven door de dood tot een einde gekomen is, kan God al onze goede en kwade daden overzien. Onze medemensen kennen ons slechts gedeeltelijk, maar God kent ons door en door. Hij heeft ook geduld met ons en geeft ons na onze dood een periode van loutering en uitzuivering om ons in staat te stellen in zijn volle licht te komen. Die periode van loutering noemen we vagevuur.

Een gebed uit de uitvaartmis dat ik persoonlijk erg mooi vind: “Mochten hem/haar nog smetten aankleven van zonde of menselijke tekorten sporen hebben nagelaten, laat uw liefde dan dit alles uitwissen en hem/haar vergeven.” Een gebed dat past bij ieders leven, zo veronderstel ik.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Eucharistische aanbidding, column oktober 2020

In de afgelopen maanden is de aanbidding van Christus in het Allerheiligste Sacrament in sommige parochies herontdekt. Het was een alternatief voor de vieringen die vanwege de bedreigingen van het corona-virus niet konden plaats vinden. Het gebruik van de monstrans met de H. Hostie die op het altaar wordt geplaatst – uitstelling noemen we dat – roept op tot gebed en stilte. In de verering van de Eucharistie drukken wij ons geloof uit in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de gedaanten van brood en wijn.

We kunnen ‘aanbidding’ houden, dat wil zeggen een tijd van stilte doorbrengen bij het uitgestelde allerheiligste Sacrament. Gewoon even in de bank plaats nemen en stil zijn bij Hem. De pastoor van Ars, Johannes Maria Vianney (1786-1859, Zuid-Frankrijk) doet een goede suggestie. Men zag hem lang geknield in de kerk voor het tabernakel. Men vroeg hem wat hij daar al die tijd deed. De pastoor van Ars antwoordde: “Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem.” Zo eenvoudig kan het zijn. Je hoeft geen woorden te gebruiken. Bíj Hem zijn is voldoende. Zoals twee geliefden ook niet veel tegen elkaar hoeven te zeggen om te weten dat ze van elkaar houden.

We vereren het Sacrament ook door te knielen voor het tabernakel als we de kerk binnen gaan, of door een diepe buiging te maken. De geconsacreerde hosties worden in een katholieke kerk in het tabernakel bewaard, een centrale plek in de kerk die verering mogelijk maakt. Het gaat er niet alleen om dat we de hosties netjes bewaren voor een volgende viering, en voor de ziekencommunie, maar ook dat we een plek creëren waar verering mogelijk is. Dat hoort bij ons katholieke geloof.

Tijdens het jongerenweekend in oktober 2019 heb ik ontdekt dat aanbidding op jonge mensen indruk maakt. Het voorbeeld van zusters die om beurten een half uur bidden, doet wonderen. Biddende mensen maken stil en zetten aan tot gebed.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Kindervragen aan de bisschop, column september 2020

Op 24 augustus was ik te gast op de Sint-Henricusschool te Klazienaveen voor de viering van het 100-jarig bestaan. Het is een van de scholen voor bijzonder onderwijs. In 1917 kwam er een einde aan de jarenlange schoolstrijd en werd het bijzonder onderwijs, zoals ook het openbaar onderwijs, door de staat bekostigd. Vanaf die tijd werden er in ons land tal van r.-k. scholen opgericht. In 1920 was dat de Sint-Henricusschool in het Drentse Klazienaveen, een mooie school pal tegenover de parochiekerk.

We hadden een korte woordviering in de kerk, maar wat het meeste indruk op me heeft gemaakt waren de bezoekjes in alle klassen. Ik kwam voor deze gelegenheid in vol ornaat: met toog, paarse sjerp en paarse solideo. De leerlingen mochten vragen stellen. En dat deden ze vol overgave! “Waarom hebt u dat petje op? Waait het nooit af?” “Hoe oud was Jezus toen Hij dood ging?” Voor die laatste vraag kon ik ze wijzen op het aantal knoopjes van mijn bisschopstoog: 33 precies. Het klopt echt! Een mooie teloefening.

Er waren ook serieuze vragen: “Waarom stierf Jezus aan het kruis?” en “Wie heeft Jezus vermoord?” Diepgaande kwesties worden dan aangesneden, waar niet kort een antwoord op te geven is. Er hoort een verhaal bij. Geloofsmysteries communiceren vraagt een eigen aanpak. Ik realiseerde me wel dat op deze theologische vragen – want dat zijn het in feite – vroeg of laat een bevredigend antwoord moet komen, anders ben ik bang dat de vragensteller op den duur afhaakt. Ik hoop dat de juf of de ouders het lukt. Bij een ander fundamenteel vraagstuk “Waarom is er de duivel?” heb ik er iets tegenover gesteld: “Met de duivel moet je je niet bezig houden. Richt je vooral op het goede.”

Er waren ook andere, meer persoonlijke vragen: “Waarom wilde u bisschop worden?” “Hebt u altijd pastoor willen worden of hebt u eerst iets anders gedaan?” Dan kon ik iets over mezelf vertellen, zodat de leerlingen zich een concreet beeld kunnen vormen van een bisschop. Hij is ook een gewoon mens, maar met een grote verantwoordelijkheid. In ieder geval kennen ze er nu één van, want hij is persoonlijk in de klas geweest. Kinderen zijn nieuwsgierig en ontvankelijk. Ze zullen het bezoek niet gauw vergeten. Ik ook niet.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Meditatie, column juli-augustus 2020

Een vorm van gebed waarmee velen van ons niet zo vertrouwd zijn, is mediteren. We kennen onze standaard- of formuliergebeden, maar er is ook meditatie. Als u op internet zoekt naar meditatie, komt u het eerste uit bij niet-christelijke en niet-godsdienstige websites. Het gaat dan om meditatie als middel tegen stress of meditatie in de betekenis van mindfulness, transcendentele of adem meditatie. Lees verder

Standaard- of formuliergebeden, column juni 2020

Jaren geleden was ik bij een lezing van iemand die van protestant katholiek was geworden. Het was voor haar een verademing dat ook een standaardgebed als gebed kon worden beschouwd. Dat was nieuw voor haar. Zij kwam uit een protestantse traditie waarin een gebed steeds vrij werd geformuleerd, hetzij door de dominee in de zondagsdienst, hetzij door gelovigen zelf bij andere bijeenkomsten. Lees verder

Rozenkrans, column mei

Op 25 april schreef paus Franciscus een boodschap waarin hij pleit voor het Rozenkransgebed, juist in deze tijd van de Coronacrisis. Het is een gebed dat bij uitstek thuis beoefend kan worden, en het is in de katholieke kerk een van de meest bekende en vertrouwde manieren om te bidden. Het herhalen van formuliergebeden aan de hand van een kralensnoer is overigens niet typisch katholiek. We treffen het ook aan in onder meer de islam. De moslim noemt bij het gebruik van de kralensnoer de 99 namen van Allah. Gebeden herhalen brengt je in een sfeer van meditatie. Lees verder

Verbonden op afstand, column april

Omdat het Coronavirus nog steeds rondwaart in ons land, houden we 1,5 m afstand van elkaar. We gaan niet onnodig bij elkaar op bezoek en we mogen het verpleegtehuis waar opa of oma verblijft niet binnen. We moeten verplicht afstand houden. Eigenlijk heel pijnlijk en vervelend. Ik hoorde van iemand die soms aan het huis van haar moeder voorbij wandelt: “Zal ik zwaaien naar haar?” We zoeken alternatieven om met elkaar verbonden te blijven. De sociale media, internet of gewoon de telefoon worden belangrijker. Ik merk zelf dat ik intussen al wat bijgeleerd heb, want ik loop in de ontwikkelingen op communicatiegebied niet voorop. De laatste bisdomstaf vond laatstelijk plaats via Skype.

Lees verder

De lezingen in de mis, column februari

Paus Franciscus heeft onlangs de 3e zondag van de tijd door het jaar uitgeroepen tot Zondag van Gods woord. Deze zondag is dit jaar inmiddels gepasseerd (26 januari). In een apostolische brief van 30 september 2019 heeft hij deze zondag aangekondigd. Deze brief heet in het Latijn Aperuit illis. Deze woorden verwijzen naar het verhaal van de Emmaüsgangers die met Jezus meelopen nadat Hij aan het kruis is gestorven. Zij luisteren naar zijn relaas en dan staat er: “Hij opende voor hen [aperuit illis] de geest om de Schriften te kunnen begrijpen.” Jezus opent onze geest, zodat wij de teksten van de Bijbel gaan begrijpen. Jezus vertelt dat de hele Bijbel over Hem gaat, ook het Oude Testament dat al vóór Hem tot stand gekomen was. Jezus is de sleutel om de soms moeilijke teksten te kunnen begrijpen. Dat is steeds weer zoeken en herlezen. Lees verder

Misdienaars, column januari

Het is tegenwoordig een hele klus om misdienaars gemotiveerd bij de vieringen te houden, en om de misdienaars te behouden als ze de basisschool verlaten. Dat was vroeger trouwens niet anders. Als nieuwe misdienaars kregen ik en een aantal andere jongens van de pastoor een korte instructie over wat we moesten doen. De voorbereiding was niet erg inhoudelijk. Lees verder

Gedragen worden door parochianen, column december

Op het hoogfeest van de heilige Willibrordus hoorden we de woorden uit de Hebreeënbrief: “Gedenkt uw leiders die u het eerst het woord van God verkondigd hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof.” Mag ik hier een ervaring tegenover stellen? Lees verder