Synodaliteit, column september 2021

Alle gedoopten vormen samen de Kerk, met Christus aan het hoofd en de bekleders van de ambten als leiders van de zichtbare Kerk op aarde. Dit laatste zeg ik er bewust bij, omdat ‘samen Kerk’ ook wel eens de connotatie heeft dat paus en bisschoppen wel gemist kunnen worden. Dat alle gedoopten een eigen verantwoordelijkheid hebben is nog niet helemaal tot iedereen doorgedrongen. De Kerk wordt geleid door paus en bisschoppen, maar zíj zijn niet de Kerk.

Paus Franciscus hecht veel waarde aan de inspraak van alle gedoopten. Tijdens de laatste synodes over het gezin en over de jongeren heeft hij heel bewust de inbreng van gezinnen en de jeugd gezocht. En de gewone bisschoppensynode van 2023 wil hij in het teken stellen van synodaliteit. Hij zoekt naar wegen om alle gedoopten te laten meepraten. En hij noemt dat de synodale weg. Het wordt een proces van onderop, te beginnen in de bisdommen, hoewel … het wordt wel centraal aangestuurd!

Het gaat er de paus om dat we samen luisteren naar de Heilige Geest en de tekenen van de tijd juist verstaan. Synodaliteit is niet een democratisch proces zoals we dat in de politiek kennen en waarbij de meerderheid van stemmen bepaalt wat het beleid wordt. Het meepraten van de clerus en van alle gelovigen moet zich verhouden tot de traditie en de leer van de Kerk. We houden aan wat Christus ons heeft meegegeven en wat we doorheen de geschiedenis als essentieel hebben onderkend als ons geloofsgoed (depositum fidei).

Om me een beetje te verdiepen in deze aanpak heb ik onlangs twee documenten gelezen van de Internationale Theologische Commissie: ‘Synodaliteit in het leven en de missie van de Kerk’ (2018), en ‘Sensus fidei in het leven van de Kerk’ (2014). Sensus fidei betekent geloofszin. Het gaat om de ware interpretatie van wat God heeft geopenbaard en wat Hij wil met de Kerk en de wereld. Paus Franciscus zet een tocht uit, en wij kunnen aan deze tocht deelnemen. Ik kom er in het komende jaar op terug en we zullen zien hoe we het gestalte gaan geven.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Sacrament en emotie, column augustus 2021

Je vraagt je soms af hoe de Heilige Geest werkt. Nou weet ik dat ook niet precies, en het zal ook niet iedere keer op dezelfde manier gaan, en niet bij iedereen op dezelfde wijze, maar af en toe zie ik dat een vormeling of een dopeling wordt geraakt. Een grote mond tegen de klasgenoten voordat de viering begint, of juist heel stil en bang om iets tegen de bisschop te zeggen. En als ze dan voor je staan, zie je een traantje, een schokkende schouder of een trotse blik in hun ogen. Emoties geven een reactie van het lichaam. Je kunt de emotie bij jezelf voelen. Je kunt de emotie bij de ander zien. Je wordt door God aangeraakt.

Ik ben er nooit op uit om iemand emotioneel te raken. De priester die het sacrament bedient, moet doen wat hij moet doen. De juiste ritus volgen en de juiste woorden gebruiken. Je kunt en mag de emotie niet bij de ander proberen op te wekken. Als de emotie komt, betekent dat dat de ontvanger tegen de eigen verwachting in toch iets bijzonders ervaart. En soms is er ook geen emotie. Dan is dat ook goed, want het sacrament heeft ook een objectieve kracht in zich. Die garantie geeft ons de Kerk. De Heilige Geest werkt op tal van manieren en op tal van momenten.
Als je wordt aangeraakt doet het wel iets met je. Je verandert er door. Het afscheid van mgr. Hurkmans in de eucharistieviering in de Sint-Jan op 14 mei 2016 waarin mgr. De Korte de zetel van het bisdom ’s-Hertogenbosch in bezit nam, was voor mij zo’n moment.

Hurkmans was toen mijn bisschop en ik had jarenlang met hem samengewerkt. Onverwacht overvalt je de emotie. Er komen herinneringen voorbij en je bent je bewust van het historische moment en van de plaats die je in het grote heilsplan van God mag innemen. Je mag meedoen, een rol spelen, en je leven heeft betekenis. Dat is het eigenlijk wat je ervaart. Jouw leven heeft betekenis in een groter geheel. Zo’n moment roept eerbied op.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Aardbeving krijgt Groningenzondag, column juli 2021

Op zondag 27 juni vindt de Groningenzondag plaats en wordt er aandacht gevraagd voor de aardbevingsproblematiek. Het is een initiatief van het Platform Kerk en Aardbeving. Dit platform bestaat uit predikanten, kerkelijke werkers en voorgangers van de kerken in het gebied. Ook van katholieke zijde is er deelname in de persoon van pastoraal werkster Nellie Hamersma – Sluis.

Nederland heeft een deel van de welvaart te danken aan het Groningse gas. Vanaf de jaren 60 was gas dé nieuwe energiebron. We gingen allemaal over op het gas; hout en kolen gingen de deur uit. Het was de nieuwe tijd. Gas was schoon, gemakkelijk in het gebruik en niet vervuilend, en we hadden het zelf in huis, dat wil zeggen in de grond in Groningen. Inmiddels kijken we anders tegen deze vorm van energie aan.

Achter elke vernieuwing die een oplossing lijkt, komt een nieuw probleem weg. We kunnen niet straffeloos gas uit de grond halen. Dat is inmiddels wel duidelijk. Het heeft lang geduurd voordat het bedrijfsleven en de overheid erkenden dat de schade aan huizen wel degelijk een gevolg was van de aardbevingen die weer een gevolg waren van gaswinning. De aardbevingen hebben schrijnende gevolgen: scheuren in muren, onbewoonbare en beschadigde huizen, en scheuren in de ziel van mensen. De hele problematiek en vooral de zeer trage afhandeling daarvan, ondergraaft het vertrouwen van mensen en kan hen ook in geestelijke nood brengen.

Op 27 juni willen we in de zondagsvieringen stil staan bij de nood die er is, en bij de mensen die getroffen worden. U kunt financieel bijdragen door een gift over te maken op NL47ABNA0247780006 o.v.v. ‘10 jaar Huizinge’ t.n.v. Stichting Kerk en Aardbeving. Een deel komt ten goede aan de geestelijke verzorging. Ik nodig u uit om te bidden voor alle mensen die gebukt gaan onder de problematiek en voor de bestuurders die een oplossing zullen moeten aandragen voor de leniging van de noden.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

De Bijbel letterlijk lezen? column juni 2021

We discussiëren wel eens over het lezen van de Bijbel, of dat letterlijk moet of symbolisch. Maar wat verstaan we onder ‘letterlijk’? Betekent het ‘historisch gebeurd’? We gebruiken het woord ‘letterlijk’ niet altijd zorgvuldig. Soms zeggen we: “Het feest is letterlijk in het water gevallen.” We bedoelen dan dat het de hele dag heeft geregend. Het feest is dus figuurlijk in het water gevallen.

Ik durf de stelling aan: we moeten de Bijbel letterlijk lezen. Maar dan moet ik er wel bij zeggen wat ik daarmee bedoel. Ik bedoel dat we de Bijbel moeten lezen zoals deze bedoeld en geschreven is. Als de Bijbel beeldspraak gebruikt – bijvoorbeeld ‘God strekt zijn arm uit’ – dan moeten we het ook als beeldspraak lezen. God heeft geen lichaam en ook geen arm. We spreken in beelden over Hem om uit te drukken dat Hij zijn volk Israël gered heeft met kracht. Letterlijk lezen is dan rekening houden met de beeldspraak.

Als de schrijver van het eerste hoofdstuk van de Bijbel vertelt over de schepping in zeven dagen, gebruikt hij de wetenschap die in die tijd gangbaar was en de mythische verhalen die in die tijd in omloop waren (6e eeuw voor Christus). Hij had niet de wetenschappelijke kennis van nu. De schrijver heeft geen historisch verslag willen geven volgens de eisen van deze tijd. Als ik zeg dat we het scheppingsverhaal letterlijk moeten lezen, bedoel ik niet historisch, maar dan bedoel ik: zoals de schrijver het bedoeld heeft. De schrijver heeft willen zeggen dat hij ervan overtuigd is dat alles wat hij ziet uit God voortkomt. Hij kon dat niet anders verwoorden dan met de verhalen van zijn tijd.

Er zijn ook Bijbelverhalen die wel historisch zijn en dus ook zo gelezen moeten worden. We kunnen dat bijvoorbeeld zeggen van koning David. Dan nóg speelt de blikrichting van de schrijver een rol. Vaak heeft hij een bedoeling met de manier waarop hij de gebeurtenissen vertelt. Dat proberen te ontdekken is Bijbel lezen.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Dierenmishandeling, column mei 2021


Onlangs werden mij foto’s toegestuurd van mishandelde dieren. Het schijnt meer voor te komen dan we denken. Dat is trouwens met meer zaken zo. Kindermishandeling is in corona-tijd ook toegenomen. Evenals ouderenmishandeling! ‘Dit moet jij betalen, pa, anders kunnen we je niet meer komen opzoeken’. Er is heel wat leed achter de voordeur.

 

 

Eerbied voor de schepping betekent ook eerbied voor dieren. Er zijn dieren die onder onze verantwoordelijkheid vallen: huisdieren en dieren op boerderijen, in dierentuinen en onderzoekslaboratoria. “Dieren nutteloos laten lijden of hun leven verspillen is in strijd met de menselijke waardigheid” (Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 2418). Wij dienen dieren goed te behandelen. Dat betekent niet dat we geen dieren mogen houden in stallen of hokken, en geen vlees mogen eten. Het gaat erom dat we ze niet mishandelen. Paus Franciscus onderstreept deze samenhang tussen het omgaan met mensen en dieren als volgt: “Het is ook waar dat onverschilligheid of wreedheid tegen de andere schepselen van deze wereld [dieren] uiteindelijk altijd op de een of andere manier wordt overgedragen op de wijze waarop wij andere mensen behandelen” (Laudato sí, nr. 92). De wijze waarop wij met dieren omgaan, zegt iets over de wijze van omgaan met onze medemensen.

We hoeven met dieren niet om te gaan zoals met mensen. Het zijn dieren. We mogen ook van dieren houden, maar ze kunnen nooit het menselijke contact vervangen. Toen God voor Adam de dieren schiep, vond hij in hen niet de hulp die bij hem paste (Genesis 2,20). Adam had Eva nodig als een gelijkwaardig schepsel dat met hem kon communiceren op hetzelfde niveau en gelijkelijk van hem kon houden.

Respectvol omgaan met de schepping, betekent dat we ook goed met dieren omgaan. We maken van hen geen nutteloos gebruik. We geven hen voldoende te eten en goede en droge huisvesting. En geen mishandelingen. Als we zo met dieren omgaan eren we de Maker van dit alles.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Sint-Jozef, een wettelijke vader, column april 2021

Paus Franciscus heeft dit jaar als een Jozefjaar uitgeroepen. Hij heeft er een brief over geschreven: Patris Corde, Met het hart van een vader (8 december 2020). Het is namelijk 150 jaar geleden dat Z. paus Pius IX in 1870 Sint-Jozef uitriep tot patroon van de katholieke kerk. Er komen hem nog meer titels toe: patroon van de arbeiders (Pius XII in 1955) en Hoeder van de Verlosser (H. Johannes Paulus II in 1990). Het volk eert hem als patroon van de zalige dood.

Er zijn in ons bisdom zes kerken die aan Sint-Jozef zijn toegewijd: Heeg, Zuidhorn, Zandberg, Delfzijl, Barger Compascuum, Groningen (kathedraal). Heel verspreid dus.

Jozef is geen opmerkelijke figuur of misschien juist wel. Er zijn van hem weinig legendarische verhalen. Hij heeft een bescheiden plaats in het evangelie: hij staat náást Maria en ondersteunt haar in haar moederlijke rol. Jozef zegt niets en laat zich op aangeven van de engel in met het mysterie van de menswording en neemt de rol van wettelijke vader op zich. Hij wilde zich van zijn verloofde Maria distantiëren, maar dat was niet de bedoeling. Uiteindelijk begreep hij dat ook en hij nam de verantwoordelijkheid op zich.

Ook in onze tijd zijn er nogal wat vaders die kinderen opvoeden die niet van henzelf zijn maar die toch die verantwoordelijkheid hebben gekregen. Het kan allerlei redenen hebben. Misschien is het niet altijd gemakkelijk om een kind op te voeden dat je niet vanaf de geboorte hebt gekend. Toch verdient het kind een vader die het liefheeft, verzorgt en brengt tot volwassenheid. Een vader die met zijn kinderen speelt en hen meeneemt naar een museum, een vader die zijn vaderlijke rol vervult naast die van de moeder. We bidden voor deze ‘stiefvaders’ of hoe we ze ook zouden willen noemen, dat zij de verantwoordelijkheid nemen en het belang van de kinderen voorop plaatsen.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

De Engel des Heren, column maart 2021

Sinds eind november heeft de Sint-Jozefkathedraal in Groningen er twee nieuwe klokken bij. Het ophangen ervan en het vernieuwen van de klokkenstoel met elektrische bediening gaf het parochiebestuur de gelegenheid het luiden van het Angelus opnieuw te introduceren. Driemaal daags luidt het Angelusklokje, om acht, twaalf en om zes uur. Het valt op, en het is ook de buurt opgevallen.

‘Angelus’ is het eerste woord van het gebed in het Latijn, het betekent Engel. “De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt. En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest. Wees gegroet…” En zo nog drie verzen, en een gebed als afsluiting. Het hele gebed vat het evangelie goed samen. De belangrijke heilsmomenten worden genoemd: menswording, dood en verrijzenis van Christus, werkzaamheid van de Heilige Geest en de bemiddeling van Maria. “Bidt voor ons, heilige moeder van God. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.”

Het luiden van het Angelusklokje is een oproep om je bezigheden even te staken. In de praktijk doe je dat niet zo gauw, merk ik. Kardinaal Simonis deed het wel. Als je op het middaguur bij hem op bezoek was, onderbrak hij het gesprek gewoon en begon te bidden of stelde het voor, waarop je natuurlijk geen ‘neen’ kon zeggen.

Met het bidden van de Engel des Heren doe je op een eenvoudige manier wat monniken en priesters met hun getijdengebed doen: de delen van de dag heiligen. Het gaat erom dat je je dag indeelt en toewijdt aan God. Heel eenvoudig. Het is een moment om even stil te staan bij ‘waar doen we het allemaal voor?’ Voor wie werk of studeer ik? Voor mezelf? Het is een gebed dat je uit het hoofd kunt kennen en ook in samenspraak met anderen kunt bidden.

De volledige tekst kunt u in katholieke gebedenboeken zeker vinden, ook op websites, zoals www.rkliturgie.nl.

Het gezin, column februari 2021

Nauwgezet volg ik de media in ons land. Er is veel negatiefs, maar ik probeer toch altijd het positieve op te pikken.

Twee zaken zijn me de laatste tijd opgevallen. De eerste was een theatervoorstelling van Richard Groenendijk (1972) die ik begin januari op televisie zag. Hij ging komisch – en tegelijkertijd serieus – in op het verschijnsel echtscheiding. Hij zei onder andere dat sommige echtparen te snel uit elkaar gaan en zich niet laten weerhouden door het belang van de kinderen. ‘Dat zouden ze juist wel moeten doen! Ze hebben in alle vrijheid voor elkaar en voor kinderen gekozen, dan moeten ze ook bereid zijn ervoor te gaan.’ Groenendijk had wel eens met kinderen gesproken en aan hen gevraagd: ‘Wat zou je nou het állerliefste willen?’ ‘Dat papa en mamma weer bij elkaar komen.’ Pleidooi voor de ouders om toch zichzelf en hun eigen gevoelens opzij te zetten en het belang van de kinderen te dienen. Want opgroeien in een gezin is toch het beste, ook al is de huwelijksrelatie niet ideaal. Mooi dat een onverdachte cabaretier zoiets zegt.

Een andere zaak die het gezin raakt. Waarschijnlijk ziet u wel eens billboards met daarop de tekst ‘second love’. Die tekst is een uitnodiging om naast je vaste relatie het ook eens met een ander te proberen. Overspel dus. Op 9 januari stond in een landelijk dagblad: ‘Overspelreclame in bushokje verbieden? Die roep klinkt steeds luider.’ Over zo’n artikel kan ik mij verheugen. Dan ben ik blij dat deze geluiden in de media verschijnen.

Het gezin is de meest natuurlijke en kleinste gemeenschap die er. Als kinderen een stabiele omgeving hebben om op te groeien, verdient zich dat later terug. En dat komt de hele samenleving ten goede. Echtscheidingen zijn een maatschappelijk probleem geworden. Er zijn situaties dat het niet meer gaat, daar had Groenendijk het ook over. Maar er zijn ook situaties waarbij ouders met enige opoffering hun kinderen een grote dienst bewijzen.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Getijdengebed, column januari 2021

Getijdengebed

In de Bijbel staat: “Ik prijs u zevenmaal elke dag” (Psalm 119,164). We kunnen dit getal beschouwen als symbolisch, maar er is in dit geval niets op tegen om het letterlijk te nemen. Vanouds hebben monniken, monialen en kluizenaars dat gedaan. Zij verdeelden hun gebedstijden over zeven momenten over de dag: in de nacht (1), bij het opgaan van de zon (2), in de voormiddag (3), op het middaguur (4), in de namiddag (5), bij het ondergaan van de zon (6) en voor het slapen gaan (7).

Het gaat erom dat we de dag beginnen en eindigen met gebed en ons werk of onze studie even onderbreken. We brengen eer aan God, en het geeft structuur en ritme aan onze dag. Wij bouwen het Koninkrijk Gods niet op door onze activiteiten alleen; we moeten God zijn werk laten doen, en het geloof daarin laten we blijken door gebed. “Als de Heer de woning niet bouwt, werken de bouwers vergeefs” (Psalm 127,1).

U kunt uw dag doorbrengen met het invoegen van momenten van gebed, aangepast aan uw mogelijkheden. De ochtend en de avond en bij het slapen gaan, zijn natuurlijke momenten van rust.

De katholieke kerk kent het officiële getijdengebed waartoe de priesters en diakens zich hebben verplicht bij de wijding. Daar is een boek voor: Getijdenboek. Gebeden voor elke dag (Nationale Raad voor Liturgie 1990). Dat boek is te koop (zie www.rkliturgie.nl). Er is sinds jaren ook een app beschikbaar op de mobiele telefoon die heel veel gebruikt wordt. Diverse jongeren die ik in de afgelopen jaren heb ontmoet, hebben dit ontdekt. Onder priesters is deze app intussen gemeengoed geworden. Je hoeft geen dik boek mee te nemen als je van huis gaat.

Het officiële getijdengebed bestaat vooral uit het bidden van de psalmen volgens een vast schema. Verder bevat het een hymne (lied), een lezing uit de Bijbel en gebeden. Het gaat erom dat we de dag heiligen en ons werk niet belangrijker maken dan het is.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden

Aanslagen en vrijheid van meningsuiting, column december 2020

De laatste maand zijn er weer aanslagen gepleegd in Europa, in een voorstad van Parijs, in een kerk in Nice en in de binnenstad van Wenen. Deze aanslagen zijn gruwelijk en geschieden vanuit islamitische terroristische motieven. Deze aanslagen veroordelen we ten zeerste, onacceptabel.

Wat in dezen een grote rol speelt is de discussie over vrijheid van meningsuiting. In Europa wordt dit als een groot goed gezien. De premier noemde het zelfs het ‘hoogste goed’. Dat ben ik niet met hem eens. God is het hoogste goed, en vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, recht om te demonstreren, het recht om niet gediscrimineerd te worden etc. zijn belangrijke grondrechten waarop onze samenleving steunt. Het is moeilijk om een gradatie tussen deze grondrechten aan te geven. Het is een voortdurend afwegen van belangen.

Vrijheid van meningsuiting kent ook grenzen, grenzen van fatsoen en respect. Er wordt van alles geroepen, mensen worden beledigd, kamerleden gebruiken soms een taal die geen enkele burger past. We leven in een vrij land, we mogen onze mening hebben en die mogen we ook uiten in het publieke domein, maar de manier waarop we dat doen en de intentie waarmee we dat doen is niet onbelangrijk. Er worden nogal eens grenzen overschreden.

De vraag is hoe ver vrijheid van meningsuiting mag gaan, en dan met name of er religieuze spotprenten gemaakt mogen worden. Christenen hebben een groot incasseringsvermogen. We kunnen ons beledigd voelen, en terecht, maar we reageren alleen met woorden. Komt dat omdat onze Heer zelf bespot werd en de hoon verdroeg? Zo ja, dan zullen we op gepaste wijze reageren, met woorden, misschien zelfs door te zwijgen – dat deed Christus ook. Reageren met een moordaanslag is niet proportioneel. Haatgevoelens moet je niet omzetten in daden, maar onderdrukken.

De docent Samuel Paty liet om educatieve doeleinden een spotprent van Mohammed in de klas zien. Er mocht blijkbaar niet gesproken worden over een problematisch maatschappelijk verschijnsel.

+ Ron van den Hout
bisschop van Groningen – Leeuwarden